![]() |
Broeds
|
|
|
Met kinderen heb ik niets. Ik heb ze niet, ik heb ze ook nooit gewild. Ik beleef mijn moedergevoel indirect.
Twee keer liet ik een poes jongen. De eerste keer was de poes na het afnemen van haar jongen zo ellendig dat ze dagenlang het huis bij elkaar schreeuwde en tenslotte haar stem verloor. Ik sprak tot mijzelf: dit nooit weer. Tien jaar later kon ik de verleiding niet weerstaan en liet Nellie zwanger worden. Nellie nam haar taak zeer
serieus. Ze was drie maanden lang alleen maar bezig met de kleintjes en vermagerde sterk. Toen ik me bezorgd
tot de dierenarts wendde, gaf die haar (goedkeurend) het predikaat 'goed moederdier'. Het heeft Nel een jaar
gekost voordat ze van een teruggetrokken bezorgde sloof weer haar eigen lieve zelf was. Ze is nu gesteriliseerd.
Ik heb ook nog kippen en als het maart wordt, worden die broeds. Als ze de kans krijgen verstoppen ze hun eieren en wanneer het moment daar is, gaan ze erop zitten. Plof.
Totaal. Met een overgave waar niets mee te vergelijken is. Kont op de eieren, lijfje heel wijd en plat maken, blik
op oneindig, iets filosofisch in de oogjes en sit.
De kip (ik heb krieltjes, die zijn van nature schuw) die anders als je haar op een meter nadert overdreven
benauwd terug deinst, staat je nu toe op tien centimeter diepe gesprekken te voeren over het moederschap,
haar kuikens (meestal voor 70% haantjes en dus ten dode opgeschreven) en - ach, waarom niet - de zin van het
leven. Zij broedt.
Het uitkomen van de eieren kan een halve dag duren: het kuiken moet een opening pikken, uitrusten, nog wat
pikken, weer uitrusten. Aan de kip merk je dan nog niets: die heeft nog steeds die blik van 'ik zit op eieren dus ik
besta'. Alleen als ze denkt dat ze niet wordt opgemerkt, betrap ik haar soms op het geven van bemoedigende
geluidjes. 'Toe maar, houd vol, moeder is bij je' - zoiets moet het zijn.
Wanneer de kuikens zijn uitgekomen, blijft ze er nog een hele tijd bovenop zitten. Om ze warm te houden, om
ze de ellende van de boze buitenwereld nog even te besparen, uit gewenning omdat ze al drie weken op haar
plek zit - misschien alles een beetje.
Als vrouw die het niet kan laten elk half uur te gaan kijken, merk je dat de kip moeder en jij oma bent geworden
wanneer ze niet meer onverstoorbaar dwars door je heen kijkt maar onrustig en dreigend gaat doen. Heel soms
hoor je dan al een zacht gepiep en heel erg soms zie je een klein kuikenkopje.
Daarna moet je wachten tot zij er aan toe is jou haar kuikens te tonen. Je moet je beheersen, niet dat lijfje
grijpen en optillen omdat je na acht uur achteloos elk kwartier langs lopen nu moet en zal weten wat er onder
zit. Hoeveel het er zijn geworden, welke kleuren ze hebben, of ze wel of niet van die bezopen bevederde pootjes
hebben als hun vader of dat de genen van moeder het hebben gewonnen.
Martina broedt voor het derde jaar in een mandje in de schuur. Gistermorgen om tien uur hoor ik het eerste
gepiep en een half uur later zie ik het eerste zachtgele kopje. 's Middags tegen vijven zit ze er nog, nu zie ik er
twee.
Vanmorgen om zes uur de eerste inspectie: Martina is onbeweeglijk. Wel gromt ze nijdig wanneer ik in de buurt
kom.
Om half elf heb ik het niet meer. Ik keer het mandje om. Nou ja: ik houd het schuin. Maar het effect is hetzelfde. En te voorschijn komen Martina en vijf prachtige kuikentjes. Bijna alle eieren zijn uitgekomen, de laatste twee zijn niet eens aangepikt, daar zat dus echt geen leven in, er was heus geen enkele reden nog te blijven zitten. Hoogste tijd die gele en bruine donsjes (met idiote veren-op-de-pootjes, helaas...) kuikenopfokvoer en water te geven en ook zelf weer eens te eten. En zo sus ik mezelf omdat ik ook wel weet dat ik eigenlijk iets onvergeeflijks heb gedaan. Misschien maar goed dat ik nooit echt moeder ben geworden....
|
| Copyright © Jeanne Doomen. Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden voor persoonlijk gebruik. |