spacer
Over mezelf

Kareltje

25 juli 1999

home
Doomen's Doodles
Doodles Archief
Links
Email

Webdesign
  Jeanne Doomen
Marion Schiphorst

Drie weken geleden bracht ik Kareltje binnen.
De kattenmand zette ik midden in de kamer om mijn huisgenoten de gelegenheid te geven hun positie te bepalen. Mijn eigen positie was al bepaald. Wie een kitten in huis neemt, doet dan om ervan te gaan houden.

Tante Ebeltje wist ook direct wat haar positie was. De 7 weken oude dreumes deed amper twee passen aarzelend de kamer in of ze liet hem er alle hoeken van zien. So much voor de theorie dat volwassen dieren een jonkie nooit woest zullen aanvallen.
De dagen erna sloeg ze hem gade met een blik van intense walging: daar was ze nou twaalf jaar voor geworden, halen ze verdomme wéér zo'n klein kreng in huis.
Als Kareltje Ebel voorzichtig passeerde (vanuit zijn ooghoeken keek hij al uit naar lage kasten om rap onder te duiken), gromde de grand old lady naar hem. Diep vanuit de onderbuik. En die ene keer dat hij tegen beter weten in de tandjes in haar verleidelijk bewegende staart zette, ging Ebeltje opnieuw ongeremd door het lint. Dat moest hem leren - en dat deed het ook.

Nee, dan Guus.
Guus' eerste reactie was het verlaten van het pand. Vier dagen zag ik hem alleen nog terug om te komen eten. Rondhangen en slapen deed hij buiten. Weer of geen weer.
Toen kwam hij binnen en vond hij de kleine, ja, wel 'lief' denk ik. Dus mocht Karel aan zijn staart hangen, uit zijn bakje eten en deed hij onhandige pogingen te spelen met iets dat wel heel fel maar ook heel klein en kwetsbaar was.
Nog een dag later trof ik ze boven op de overloop terwijl Guus geconcentreerd Karels oortjes waste waarna de kleine man tussen Guus' pootjes kroop om zeker vijf minuten gelukzalig aan zijn tepels te lurken.

We zijn nu een paar weken verder. Ebeltje kijkt iets minder vies als Kareltje haar passeert. Een heel enkele keer betrap ik haar terwijl ze in het voorbijgaan even een tong over het kleine kopje haalt. Een, twee likjes, dat is alles. Het moet niet te gek worden.
En Karel weet dat hij met vuur speelt. Hij weet wat hem te wachten staat als hij te ver gaat, gebaart wel eens voorzichtig 'zullen we spelen', maar forceert niets. Hij kent Ebeltjes grenzen.

Guus heeft geen grenzen. Als Guus binnen komt stuift Karel op hem af, hangt om zijn nek, dwingt hem tot een stoeipartij, biedt zich aan om te likken, reageert op een afwezig aaiend tongetje met een directe duik tussen Guus' benen.

Guus blaast een beetje. Guus probeert zich te onttrekken. Guus slaapt weer buiten of verbergt zich als Karel even niet kijkt bovenop een kast.
Duidelijk maken waar zijn grenzen liggen kan Guus niet. Hij is in het begin te volledig en te ongeconditioneerd gevallen. Kleine katjes hebben dat feilloos door. Die weten dat de weg terug voor iemand als Guus voorgoed is afgesneden.

En ik? Ik heb benen die vol zitten met wondjes toegebracht door een ruim 1 kilo wegend mini mannetje dat niet is duidelijk te maken dat je je wel aan een been met spijkerbroek omhoog kunt trekken maar niet aan een been in een short. Ik sta elke dag om uiterlijk kwart over vijf op omdat Kareltje na de eerste dagen in zijn koppie heeft gezet dat dat hier kennelijk het normale tijdstip is om het ontbijt te verstrekken.
En ik heb allang opgegeven hem te vertellen dat-ie als het even kan liever niet moet rondwandelen op het aanrecht.

Dat aanrechtwandelen is trouwens nog het enige punt waar Kareltje mogelijk iets kan worden bijgebracht. Dankzij Ebeltje die pontificaal op het uiteinde zit, precies op het punt waar Karel zich grijpend langs de stenen een weg naar boven baant - om er als-ie boven is hardhandig te worden afgemieterd.

Soms dank ik de godin voor knorrige ouwe dames.

Jeanne

gotop Copyright © Jeanne Doomen.
Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden
voor persoonlijk gebruik.