![]() |
Kekkek
|
|
|
Kekkek doet Ebeltje, zwaait driftig met haar staart en werpt zich in de klaar-om-een-vogel-te vangen- houding.
De reiger ziet mij nu ook, maar is niet onder de indruk. Vermoedelijk schat hij me niet in als iemand die dwars door de ruit duikt om hem bij de veren te vatten.
De reiger loert naar mijn vijver.
Behalve de afgelopen winter. Die overleefden ze, zodat ze nu alle vijf als zeer bolle zeer oranje goudvissen tevreden hun baantjes trekken.
Maar de reiger daalt af en binnen een paar minuten is het gebeurd. Vijf maal hap-slik en weg zijn de gelukkige goudvissen.
De volgende ochtend staat de reiger weer op het dak van het schuurtje.
Dan dringt kennelijk tot hem door dat ik me niet geroepen voel hem elke dag van een smakelijke maaltijd te voorzien en schrapt hij mijn dak uit zijn vaste route.
Zijn verwachtingen waren ook wat al te hoog gespannen.
En hij ook, vrees ik.
|
| Copyright © Jeanne Doomen. Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden voor persoonlijk gebruik. |