![]() |
Pesten
|
|
|
Toen ik klein was en gepest werd op school smeekte ik mijn moeder vaak om me thuis te laten blijven.
Soms mocht dat. Ze gunde me dan een halve dag schuilen van de pestkoppen en daarna moest ik de wijde wereld weer in.
Gisteren werd er op mij een beroep gedaan. Tegen donker, toen ik de konijnen en de cavia's ging voeren en omdat ik beide handen vol had de schuurdeur open liet, maakte hij van de gelegenheid gebruik en ging de schuur binnen. De schuur waar hij door een zwak moment van mij deze zomer ook geboren was.
En daar zat-ie en hij wou niet weg en hij zag er zo zielig uit en ik begreep hem zo goed.
Vanochtend waren alle kippen op, de hanen kraaiden, de hennen kukelden en iedereen wou eten en was opgewonden, want je weet maar nooit wat een nieuwe dag zal brengen. Ik pakte hem op en zette hem als een moeder die weet wat het beste voor hem is buiten de deur. Hij schoot meteen achter de vuilnisbak en kreeg ook meteen de eerste klappen.
Vanmiddag zag ik hem zitten. In zijn eentje, in de ren van de konijnen.
Als hij zich straks weer meldt, laat ik hem weer binnen. Ik begrijp hoe hij zich voelt en al schijt hij de hele schuur onder - wanneer ik het kan zal ik hem beschermen. En stiekem hoop ik dat het snel gebeurt. Dat ze hem gezamenlijk in een paar minuten doodpikken of in de sloot of de vijver jagen zodat hij verdrinkt.
Toch een verschil met mijn moeder.
|
| Copyright © Jeanne Doomen. Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden voor persoonlijk gebruik. |