![]() |
Rituelen
|
|
|
Ouwe Betty, mijn oudste kip, is dood.
Betty heeft een prima leven gehad. Ik nam haar acht jaar geleden over van iemand die haar toen wilde laten slachten omdat ze 'oud’ was en geen eieren meer legde. Ik bood haar de prettige oude dag waarvan de meeste kippen niet eens durven dromen. Grote tuin, vrij rondlopen, lekkere hapjes (Betty hield van sla en duivenpinda’s en boterhammen met kaas) en een stel jongere hennen om de wind onder te houden.
Jonge hanen die meenden zich aan haar te moeten vergrijpen en het angstige ouwe wijffie in niet te bedwingen hitsigheid alle hoeken van de tuin lieten zien, hielden niet lang stand. Ze werden afgevoerd ter 'euthanasering’ - zoals mijn dierenarts dat zo mooi noemt. Niemand kwam aan mijn Betty.
Betty is ergens tussen de tien en veertien geworden - best oud voor een krielkip. De laatste jaren werden haar ogen wat slechter. En ze werd langzaam - de jonge hennen snaaiden als ze de kans kregen het voer voor haar weg. Maar omdat ik dat wist en er de tijd voor nam haar door apart voeren toch van lekkers te voorzien, heeft ze ook daar niet erg onder geleden.
Vanochtend belde ik de dierenarts wanneer ik het lijkje kon komen afgeven voor de 'vernietiging’ - dat klinkt al minder eufemistisch, maar goed, ik *heb* nu eenmaal niks met rituelen als crematie en begraven in de tuin.
Met een dichte kartonnen doos liep ik langs de spreekuurbezoekers met hun blaffende honden, belde aan bij de tussendeur en verwachtte te worden binnengelaten door de assistente die mijn vorige dierbare overledene in ontvangst had genomen, die zijn lot had ingevoerd in de computer, zijn verscheiden samen met mij had betreurd en me sterkte had gewenst toen mijn lip begon te trillen.
Maar een mij onbekend meisje maakte open en toen ik zei dat ik gebeld had en dat ik een kippenlijkje kwam afgeven, zei ze: 'goed’, nam de doos over en wilde de deur weer dicht doen. 'Maar dat kost toch geld,‘ was het enige dat me te binnen schoot en toen ze nog steeds aanstalten maakte de deur te sluiten voegde ik er haastig aan toe dat ik het 'gepast’ bij me had.
Buiten begon ik te janken. Ik had nog steeds vrede met het heengaan van Betty, maar dit afscheid, dit deugde niet. Ik miste het invoeren in de computer, de vraag 'had ze een naam’? Of nog beter 'was het een lief kipje?’
Dan had ik natuurlijk *daar* gejankt, maar het was beter geweest.
|
| Copyright © Jeanne Doomen. Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden voor persoonlijk gebruik. |