![]() |
Voorpret
|
|
|
Een paar maanden geleden bedacht ik het.
Ik boekte een vlucht naar Los Angeles en spreidde de kaart van zuid Arizona op tafel uit. Yuma, Ajo, Tombstone, Gila Bend. Een route langs die plaatsjes zou me voeren door een woestijn waar de cactussen armen hebben. En als het meezat zou ik ook het gehucht Carefree aandoen - al was het maar om de naam.
Ik zag mezelf in een grote Amerikaanse slee, wapperende haren, verzengende zon.
En verder zou ik natuurlijk aan zwembaden liggen, ontspannende thrillers lezen en mijn vermoeide dweilachtig smoeltje omtoveren in relaxed en heel mooi bruin.
Maandag reis ik af.
Voorpret, dat is zoiets als een kind dat de nacht voor het schoolreisje waarop een speeltuin zal worden bezocht van blije spanning geen oog dicht doet (nou ja - vroeger dan, nu zou de bestemming minstens Eurodisney moeten zijn).
Heb ik eigenlijk voorpret?
Ik zie op tegen de luchthaven van Los Angeles. Ik vrees dat ik het autoverhuurbedrijf niet snel kan vinden, en dat de auto tegenvalt. Ik vrees dat ik in rush hour traffic via de beruchte Los Angeles freeways mijn motel moet zien te bereiken (wat me uiteraard pas na talloze keren verkeerd rijden lukt).
En ik ben bang dat ik als ik de volgende ochtend wegrijd de grootste moeite heb de stad uit te komen (geen wegwijs kunnen worden uit alle freeways en afslagen, drukte, agressief verkeer), zodat ik eind van de middag niet mijn beoogde bestemming Blythe haal maar noodgedwongen in Palm Springs moet blijven hangen wat in deze tijd van het jaar druk en duur is.
Dan ben ik nog bang dat het niet leuk wordt zodat de geplande twee weken niet om door te komen zijn. Of dat het juist wel leuk wordt zodat ze veel te kort blijken.
Slecht slapen de nacht voor vertrek zal ik zeker doen.
Zelf zou ik het geen voorpret noemen.
Maar reiszenuwen van een ziekelijke hypochonder - dat klinkt niet leuk.
|
| Copyright © Jeanne Doomen. Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden voor persoonlijk gebruik. |