spacer
Over mezelf
boekomslag
Boeken index

Email

Webdesign
  Jeanne Doomen
Marion Schiphorst

Behoorlijk Blauw is een analyse van tweeduizend rapporten die de Nationale Ombudsman tussen 1982 en 1996 heeft uitgebracht over politieoptreden.
In het boek wordt aan de hand van concrete gevallen nagegaan wanneer dat optreden wel en niet (meer) behoorlijk is.

Dit fragment komt uit het deel over de verdachte.

Aanhouden

wat betekent aanhouden

AgentOp zaterdag 31 oktober 1987 om tien voor halfvijf 's middags doet de bedrijfsleider van een filiaal van Blokker een beroep op de politie in Hoorn. In zijn winkel is zojuist een diefstal gepleegd. De daders, een man en een vrouw met een donkere huidkleur, zal hij beslist herkennen. Van de man geeft hij een nauwkeurig signalement op. Die heeft een pukkelig of pokdalig gezicht en is gekleed in een spijkerbroek en een rood jack. De vrouw heeft een boodschappentas bij zich.
Tien minuten later komt er een anoniem telefoontje binnen: op het eerste perron van het station staan een man en een vrouw die aan het signalement beantwoorden. Enkele minuten later plukt de politie H. en zijn moeder uit de trein van Amsterdam naar Grootebroek. Omdat de vrouw en haar zoon bij hoog en bij laag volhouden dat ze niets met een diefstal te maken hebben, stellen de politieambtenaren voor direct naar de winkelier te rijden voor een confrontatie in plaats van eerst naar het bureau te gaan. Dit zou een aanzienlijke tijdwinst opleveren.
Moeder en zoon H. gaan akkoord. De politie rijdt hen naar de winkelier, deze werpt een blik in de politieauto en zegt dat dit niet de winkeldieven zijn. Hierop brengen de politieambtenaren moeder en zoon terug naar het station, bieden hun excuses aan en geven ze wat geld voor een kop koffie.
De Nationale ombudsman twijfelt niet aan de goede bedoelingen van de politieambtenaren, maar wijst erop dat zij in strijd met de wet hebben gehandeld. Ze hebben moeder en zoon H. immers aangehouden (gearresteerd), en de consequentie van aanhouden is volgens de wet dat de verdachte zo spoedig mogelijk moet worden overgebracht naar het politiebureau om daar te worden voorgeleid aan een hulpofficier van justitie (88/882).

wel bevoegd, toch niet aanhouden

Als iemand wordt verdacht van een strafbaar feit, is de politie steeds bevoegd over te gaan tot aanhouding, maar van die bevoegdheid moet zij een matig gebruik maken.
B. zit met een vriend in een café in Breda waar men het met de sluitingstijden niet zo nauw neemt. De politie zet hen eruit, B. noemt een van de politieambtenaren `eikel' en wordt aangehouden wegens belediging van een ambtenaar in functie. Een te zware reactie, oordeelt de Nationale ombudsman: `Het was beter geweest wanneer de politie de gewraakte opmerking als een tamelijk onschuldige vorm van baldadigheid had aangemerkt en overigens had volstaan met een korte en duidelijke terechtwijzing' (88/065).

Op 20 oktober 1987 valt het twee Deventer parkeercontroleurs op dat op het Grote Kerkhof drie auto's fout geparkeerd staan. Een van hen vraagt B., die daar op een steiger aan het werk is, of een van de auto's misschien van hem is en of hij die even weg kan zetten. B. komt van de steiger en ziet dat de parkeercontroleur druk doende is een proces-verbaal uit te schrijven. Hij laat zich ontvallen dat hij dit `kinderachtig' vindt, waarop er een woordenwisseling ontstaat. De parkeercontroleur besluit B. aan te houden wegens wederspannigheid en belediging. Dan breekt de hel los.
`Meneer, blijft u staan, u bent aangehouden,' zegt de parkeercontroleur en neemt B. vast bij zijn arm. B. antwoordt: `Dat wil ik nog wel eens zien' en rukt zich los. De tweede parkeercontroleur pakt zijn wapenstok, twee haastig opgeroepen hoofdagenten mengen zich ook in de strijd en in het gewoel grijpt B. de eerste parkeercontroleur in zijn kruis en knijpt hem in zijn ballen. Om hier een einde aan te maken schopt een van de agenten naar B.'s arm en raakt hem in zijn gezicht. B. staakt de strijd en wordt geboeid afgevoerd naar het bureau.
De Nationale ombudsman heeft niet kunnen vaststellen of er formeel gezien voldoende grond bestond om B. aan te houden. Maar zelfs als dat wel zo was, was die aanhouding `uit tactisch oogpunt bezien minder juist'. Want: `Indien verzoeker niet was aangehouden, zou escalatie waarschijnlijk zijn voorkomen. Van politieambtenaren mag in situaties als deze verwacht worden dat ze zich niet te gauw laten provoceren door het gedrag van burgers en dat ze niet te gauw tot aanwending van de hun ter beschikking staande dwangmiddelen overgaan' (88/517).

aanhouden met ander doel

De Utrechter F. neemt in juli 1988 deel aan een vredesactiekamp bij de vliegbasis Soesterberg en wordt erop `betrapt' dat de bel op zijn fiets is vastgeroest. Op het fietsen met een niet-werkende fietsbel staat een boete van f 20,-. Wanneer F. weigert zijn naam te noemen, wordt hij aangehouden.
Formeel zat de politie goed. De Nationale ombudsman acht het echter `aannemelijk dat verzoekers aanhouding een ander doel had dan de opsporing en vervolging van een bijzonder lichte verkeersovertreding' (89/575).
Dat maakte die aanhouding onjuist.

Op 26 mei 1994 zien twee surveillerende politieambtenaren dat L. en zijn vriend K. in Zaandam op de rugleuning van een ijzeren bankje zitten met hun voeten op het zitgedeelte. Ze sommeren de jongens om gewoon op de bank plaats te nemen. L. en K. staan na wat tegensputteren op.
De politieambtenaren lopen door, kijken even later achterom en zien dat de jongens opnieuw op de leuning van het bankje hebben plaatsgenomen. `Wat denk je ervan,' zegt de ene politieambtenaar tegen de andere. `Ze zitten weer op die bankjes met hun voeten. Wij laten niet met ons sollen.' De politieambtenaren keren om, trekken L. en K. van de bank en voeren ze af naar het dichtstbijzijnde politiebureau. De Nationale ombudsman kan zich een betere reactie voorstellen. Het ging hier om een klein vergrijp. Als de politie proces-verbaal had willen opmaken, had kunnen worden volstaan met het opnemen van de persoonsgegevens: `De aanhouding en overbrenging naar het politiebureau kon daaraan niets toevoegen.'
Hij sluit niet uit dat de politieambtenaren met de aanhouding een voorbeeld hebben willen stellen voor andere Zaanse jongens die daar rondhingen en die ook de neiging vertoonden hun voeten op de zittingen van de bankjes te plaatsen. Als dat zo is, aldus de Nationale ombudsman, `moet worden opgemerkt dat de bevoegdheid tot aanhouding daarvoor niet bestemd is, zodat een dergelijk gebruik dient te worden afgekeurd' (95/269).

bijzondere omstandigheden

Bij het gebruik van dwangmiddelen moet in beginsel worden gekozen voor een werkwijze die voor de verdachte het minst bezwarend is. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte kunnen de politie daarom soms - tijdelijk - van een aanhouding doen afzien.
Dat deed zich voor bij de directeur van de basisschool die op 21 december 1987 wordt aangehouden omdat hij in de jaren 1979-1980 en 1985-1986 een bedrag van negenduizend gulden zou hebben verduisterd dat bestemd was voor de zending.
Wanneer hij wordt opgehaald door de politie van Zuidhorn, vertelt hij dat hij ziek is. Een arts constateert de volgende dag koorts en bronchitis. De Nationale ombudsman: `Ziekte behoeft op zichzelf niet aan een aanhouding en inverzekeringstelling in de weg te staan, mits de politie in overleg treedt met een arts. Politieoptreden moet echter wel voldoen aan het criterium van evenredigheid en gematigdheid.'
De directeur van de basisschool ging ondanks zijn ziekte vrijwillig mee naar het bureau. Daaruit kon de politie afleiden dat hij in beginsel zou meewerken aan het onderzoek. `Het was onjuist,' vindt de Nationale ombudsman, `dat de politie verzoeker aanhield, zonder eerst na te gaan of het onderzoek kon worden afgerond op basis van vrijwillige medewerking van verzoeker' (93/295).

In de zaak van mevrouw A. uit 't Harde die ervan werd verdacht dat ze samen met een agent uit Elburg steunfraude had gepleegd, werd in de visie van de Nationale ombudsman eveneens te snel overgegaan tot aanhouding. Hier hield de politie er onvoldoende rekening mee dat de vrouw een negen weken oude baby bij zich had die zij borstvoeding gaf en waarvan ze niet kon worden gescheiden. Insluiting van de vrouw betekende daarmee automatisch insluiting van de baby (88/429).

JEANNE DOOMEN: Behoorlijk Blauw,
Politieoptreden in Nederland.
Uitgeverij Contact. ISBN 90 254 0569 x.

Dit fragment is uit de eerste druk van juni 1996.

naar begin Copyright © Jeanne Doomen.
Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden
voor persoonlijk gebruik.