Wanneer zijn bloemenhandel in 1984 failliet gaat, verlegt Charles Zwolsman zijn activiteiten naar de in- en export van hasj. 'Ik zag hasjhandelaren met pakken geld en dacht: dat kan ik ook', vertelt hij tien jaar later aan de rechter. Zwolsman haalt de hasj met vrachtwagens uit Marokko en exporteert een deel naar Engeland. Vier jaar later loopt hij tegen de lamp en wordt veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf. Maar dat is geen reden voor Z. om van de dwalingen zijns weegs terug te keren.
Vanuit de gevangenis De Marwei in Leeuwarden pleegt de man 14 300 (afgeluisterde) telefoontjes en houdt hij de touwtjes van wat justitie een criminele organisatie noemt stevig in handen. In september 1993, als hij zijn eerste straf er bijna op heeft zitten, wordt Charles Z. opnieuw aangehouden. Justitie verwijt hem nu dat hij tussen maart 1989 en december 1993 een criminele organisatie heeft geleid die duizenden kilo's hasj uit Marokko haalde. De daarmee behaalde winsten, zo'n zestig miljoen gulden, zouden zijn witgewassen in Z.'s autobedrijf dat in de Verenigde Staten à contant Porsches, Ferrari's en Jaguars koopt om ze hier met verlies te verkopen.
Veertig medewerkers zou de organisatie omvatten, verdeeld in afdelingen voor belading, transport, geldvervoer en wisselen. De geweldsafdeling zou worden bemand door drie stevige jongens met de bijnamen Kwik, Kwek en Kwak.
Zwolsman ontkent. Zijn kapitale villa in Blaricum, zijn in Monaco gelegen jacht ter waarde van vijf miljoen en zijn hobby het autoracen zou hij niet hebben gefinancierd met de handel in hasj maar uit sponsorgelden. Nee, een sponsorcontract kan hij niet overleggen. Maar dat hoeft ook niet. Het is immers aan justitie te bewijzen dat hij wel schuldig is.
Politie en justitie hebben het onderzoek naar de bende van Charles Z. groots aangepakt. Er is veelvuldig geobserveerd, er zijn foto's en video-opnamen gemaakt, er zijn peilzenders aangebracht op voertuigen. De politie heeft scanners gebruikt en mobiele telefoons afgeluisterd. Vuilniszakken zijn weggehaald voor de deur van medeverdachte Ray W. en grondig doorsnuffeld. Tienduizenden guldens zijn toegestopt aan informanten.
Tijdens het onderzoek heeft het politieteam een aantal loodsen en vrachtauto's bekeken. Dat gebeurde meestal door van buiten naar binnen te kijken, door een ventilatieopening of door een raam. Maar ook met een stok met een spiegel nadat een schroef van een plank was losgedraaid. En één keer is een woning van binnen bekeken door zonder dat de hoofdbewoonster ervan wist mee te lopen met iemand van de woningbouwvereniging die de woning inspecteerde.
Een deel van de onderzoeksresultaten is bewust niet in officiële processen-verbaal vastgelegd om te voorkomen dat de criminelen zouden weten waar de politie mee bezig was.
Niet alleen de politie heeft in de zaak-Z. gebruik gemaakt van bijzondere opsporingsmethoden. Ook de criminele organisatie heeft zich hieraan overgegeven.
Zo worden in de zomer van 1994 bij een inbraak in de woning van de Amsterdamse officier van justitie mr. J.M. Valente vijftig floppies met justitiële informatie gestolen. Telefoongesprekken tussen de officier en politiechef H. Woelders worden door criminelen opgenomen en de teksten worden doorgespeeld aan de pers. In het najaar van 1994 worden delen van gestolen dagrapporten van de politie getoond op de televisie. Valente is dan al zo ernstig door criminelen bedreigd dat hij geestelijk aangeslagen thuis zit. Hij laat zich in juli ‘95 van Amsterdam overplaatsen naar het minder gevaarlijke Middelburg.
'Ik heb er absoluut niets mee te maken. Dat wil ik onder ede verklaren', zegt Zwolsman in december 1994 over de bedreigingen tegen het Amsterdamse hof. Hij slaagt er niet in iedereen van zijn onschuld te overtuigen. Volgens hoofdofficier van justitie mr. J.M. Vrakking (interview in NRC Handelsblad 2-12-1994) heeft Z. namelijk kort na zijn arrestatie tegen Valente gezegd dat hij hem 'kapot zou maken, al kost het me honderd miljoen gulden'.
Het Amsterdamse hof keurt de inspectie van de woning af, maar heeft geen moeite met alle andere in deze zaak gehanteerde opsporingsmethoden en veroordeelt Z. (Hof Amsterdam 10 januari 1995, NJ 1995, 254) wegens zijn leidinggevende rol in een criminele organisatie en het medeplegen van invoer van een aantal partijen hasj tot vijf jaar gevangenisstraf. Zwolsman gaat in cassatie.
In een uitgebreid arrest komt de Hoge Raad in grote lijnen tot dezelfde conclusie als het hof. Alleen het afluisteren van de autotelefoon had volgens het college niet gemogen omdat dit 'lange tijd doelbewust en stelselmatig' is gebeurd.
Het grote belang van het Zwolsman-arrest (HR 19 december 1995, NJ 1996, 249) is dat de Hoge Raad hierin aangeeft wat er moet gebeuren als de rechter vaststelt dat door politiemensen tijdens het opsporingsonderzoek of in de zogenoemde pro-actieve fase (de fase die voorafgaat aan het officiële onderzoek) onrechtmatig is gehandeld.
Eerst moet de rechter nagaan of de onrechtmatigheid zo ernstig is dat een sanctie passend is. Zo ja, dan heeft bewijsuitsluiting de voorkeur als de verdachte althans 'door dat handelen is getroffen in een belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen'. Tot niet-ontvankelijk verklaren van het openbaar ministerie moet de rechter van de Hoge Raad pas overgaan wanneer het onrechtmatig optreden van opsporingsambtenaren een zo ernstige schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde oplevert dat niet met minder kan worden volstaan. De Hoge Raad denkt hierbij aan 'ernstige inbreuken op die beginselen, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan'. Of dit zo is, zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld.
|