


Jeanne Doomen
Marion Schiphorst
|
"Het was een gezellig onderonsje in de bar van Golfhotel Guadalmina in San
Pedro Alcantara nabij Malaga, die vijfde november 1990. De Gelderse
aannemer Van den Biggelaar hield zoals altijd iedereen vrij. Eerder die dag
hadden de Limburgse politici en ambtenaren op zijn kosten uren
doorgebracht op de achttien holes van de Guadalmina golfbaan. De
deelnemers mocht het aan niets ontbreken, vond Van den Biggelaar.
'Relatiemanagement' noemde hij dat. De rechtbank in Maastricht vond het
omkoping, in het geval van ex-burgemeester Louw Hoogland van Brunssum.
Hij was een van de Malaga-gangers."
De vriendenrepubliek van Joep Dohmen gaat over de corruptieaffaires die
tussen 1992 en 1995 in Zuid-Limburg aan het licht kwamen. Het boek
behandelt drie thema's. Allereerst zijn er de affaires zelf. Verder wordt
uitgebreid ingegaan op de vraag waarom het gesjoemel zich uitgerekend in
Limburg heeft kunnen afspelen. Maar door alles heen speelt het verhaal hoe
de journalisten Joep Dohmen en Henk Langenberg voor De Limburger op
onderzoek zijn uitgegaan en hoe daarop door de gekrenkte notabelen
gereageerd is.
Niet alleen tussen ondernemers en politici was in Zuid-Limburg sprake van
een vergaande belangenverstrengeling. Ook de journalistiek heeft zich pas
recent ontworsteld aan kerk en gezag. Eind jaren zestig, meldt Dohmen,
ondertekenden Limburgse journalisten bij hun aanstelling nog een verklaring
dat ze de richtlijnen van de r.k. kerk zouden volgen en politiek in de pas
zouden lopen met de hoofdredactie. In de jaren zeventig schreven twee
verslaggevers van De Nieuwe Limburger toespraken van Maastrichtse
gemeenteraadsleden. Na de raadsvergadering deden ze er in hun krant verslag
van. En nog in 1986 werd de verkiezingskrant van het CDA-Limburg in
elkaar gestoken door fotografen en journalisten van beide Zuid-Limburgse
kranten.
En het ging nog verder. Dohmen verhaalt van een regioverslaggever van De
Limburger die in de jaren zeventig met een projectontwikkelaar een bordeel
bezocht - op kosten van de ondernemer. Een andere journalist kreeg gratis
kozijnen voor zijn woning en schreef een positief verhaal over de
kozijnenfabrikant. Weer anderen kregen een gratis schilderbeurt voor hun
huis of een goede hypotheek. Het was bekend en er werd wat over gelachen
op de redactie. Echt afgekeurd werd het niet.
Geen wonder dat politiek Limburg niet wist wat het overkwam toen in
artikelen in De Limburger werd verhaald van frauduleuze praktijken,
omkopingen en corruptie en niet geschroomd werd man en paard te noemen.
De kritiek richtte zich op de schade die de politiek opliep door de artikelen,
niet op degenen die de fraude hadden gepleegd. "Veel van wat journalisten
hebben geschreven, had de reuk van Limburgs masochisme en bewuste
nestbevuiling," ventileerde de voorzitter van de Limburgse
Werkgeversvereniging in het blad Limburgs Management. Het zou nog
geruime tijd duren voordat het idee groeide dat er ook positieve kanten zaten
aan de berichtgeving: het reinigend effect, de discussie over integriteit en de
relatie overheid/bedrijfsleven, de komst van transparante aanbestedingen.
Een groot deel van De vriendenrepubliek laat zich lezen als een
spannend jongensboek. Dat zijn de hoofdstukken waarin onze eigen
Woodward en Bernstein tips krijgen van informanten die anoniem willen
blijven. Waarin ze zelf door een detectivebureau blijken te worden
gescreend. Waarin ze tijdens een bezoek aan een ondernemer-met-boter-op-
het-hoofd een suspect document op tafel zien liggen.
En waarin het duo zich 's ochtends vroeg posteert voor de huizen van de
officier van justitie en de rechter-commissaris (onderling contact was er per
mobiele telefoon) om erbij te zijn zodra een huiszoeking zou plaats vinden.
"Opeens ging in de auto van Dohmen de telefoon. 'Bingo,' riep Langenberg
door de hoorn. 'Wij rijden achter de officier aan.' Dohmen was al weg. Twee
uur later zagen ze hoe Vossen met twee rechercheurs zijn huis uitkwam." Dat
soort fragmenten.
Minder leuk wordt het wanneer de journalisten door hun langdurige en
persoonlijke betrokkenheid bij de zaak zelf nieuws worden. Zij worden
opgeroepen als getuige om te onthullen wie hun bronnen zijn en moeten
knokken voor erkenning van het journalistiek verschoningsrecht.
Een advocaat beschuldigt Dohmen ervan een informant van justitie te zijn
geweest. Een rechercheur verklaart in de strafzaak tegen burgemeester Riem
dat het Dohmen en Langenberg zijn die hem hebben getipt over een
vakantiehuisje dat Riem van wegenbouwer Baars had gekregen. Het is niet
waar, maar het slaat in als een bom.
"Tijdens de zitting waren ze van hun stoel gevallen en hun collega's hadden
grinnikend opzij gekeken. Opeens waren de twee journalisten mikpunt van
kritiek en van een verdenking die, naarmate ze stelliger ontkenden, alleen
maar zwaarder werd. Langenberg en Dohmen waren hun onafhankelijkheid
kwijt. Voor een moment mochten zij voelen hoe al die mensen, over wie ze
drie jaar geschreven hadden, zich gevoeld moesten hebben. Publiciteit die
over je heen komt, zonder dat je zelf kunt sturen."
De twee journalisten besluiten in overleg met de hoofdredactie dat zij de
rechtszaak niet langer zelf zullen doen. Het risico is te groot dat zij de
resterende procesdagen over zichzelf zullen moeten schrijven. Wanneer Riem
dan ook nog in eerste instantie wordt vrijgesproken (in hoger beroep volgt
een veroordeling wegens valsheid in geschrifte), keert de stemming zich
tegen hen. Commentatoren afficheren Riem als slachtoffer van een complot
van pers en justitie. Erger: de pers was een hulpje van de officier van justitie
geweest.
De vriendenrepubliek is een fascinerend boek. Het laat zien hoe spannend en
verslavend de onderzoeksjournalistiek kan zijn en hoe moeilijk de
beslissingen die je als verslaggever soms moet nemen. Maar het meest
intrigerend is te lezen hoe je van een kritische buitenstaander zonder het te
merken een direct-betrokkene kunt worden die zelf even hard bloot kan
staan aan kritiek en verdachtmakingen. Waardoor je je net zo kwetsbaar weet
als degenen over wie je schrijft.
|
 |
Joep Dohmen: De vriendenrepubliek, Limburgse kringen.
Uitg. SUN, ISBN 90 6168 473 0, 255 blz., f 34,50.
Copyright © Jeanne Doomen.
Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden
voor persoonlijk gebruik.
|