spacer
Over mezelf

Een eigen homepage, maar wat moet er op?


Artikelen in de Journalist

Email

Webdesign
  Jeanne Doomen
Marion Schiphorst

Voor de journalist die Internet niet een vies woord vindt, komt onvermijdelijk het moment dat zij zich afvraagt of zij een homepage moet maken. En zo ja, wat moet daar op. Eigen werk, dat ligt voor de hand. Maar zou dat geen problemen geven met het auteursrecht? En zou het de nieuwe opdrachten inderdaad doen binnen stromen? Jeanne Doomen communiceerde hierover met veertien journalisten die een eigen stek hebben op het World Wide Web. Alle interviews vonden plaats per e-mail.

Menig journalist begint aan een homepage niet zozeer omdat hij iets wil uitdragen, maar omdat de techniek hem interesseert en hij zich die wil eigen maken. Wanneer de journalist zich er eenmaal van overtuigd heeft dat HTML (HyperTextMarkup Language) niet alleen is weggelegd voor wie heeft doorgeleerd in de hogere wiskunde, rijst vervolgens de belangrijke vraag wat zij of hij wil bijdragen aan het World Wide Web. Dat varieert.

Francisco van Jole (http://home.pi.net/~fvjole), medewerker van de Volkskrant en maker van de Internet-krant de Daily Planet, koos "uit puur narcisme" voor "alleen eigen werk en wat persoonlijk materiaal". Waarbij ik moet aantekenen dat hij de opmerking over het narcisme vergezeld deed gaan door de lach-smiley. Voor de niet-email verslaafden: een smiley is een symbooltje dat verduidelijkt hoe een tekst moet worden gelezen, met name vanuit welke gemoedstoestand de schrijver die schreef.

Ook columniste en publiciste Karin Spaink (http://www.xs4all.nl/~kspaink) koos voor eigen materiaal: columns die zij schreef voor Het Parool en XL, artikelen en essays voor De Groene, lezingen. "Zulke stukken verdienen zelden een bundeling, dat zou te pretentieus zijn. Maar tegelijkertijd zijn het intussen heel wat artikelen en zijn sommige ervan nog steeds de moeite waard. Zo'n homepage vond ik een mooie manier om al dat losse spul te verzamelen." Eind 1995 kwam er een aparte sectie over Scientology bij nadat Spaink met die sekte in aanvaring was gekomen over materiaal dat zij op haar homepage had gezet.

De meeste journalisten kiezen voor een combinatie: eigen werk, interesses, links naar andere plekken op het Net waar de bezoeker misschien ook nog iets leuks aantreft. Freelance journalist Renée de Jonge (http://www.xs4all.nl/~rdejonge) koos voor een uitgebreide lijst met links "omdat mijn bookmarks-lijst in mijn browser anders astronomische proporties aanneemt. Bovendien laat zo'n lijst met links iets zien over jezelf, over wat je leuk en belangrijk vindt."
Karin Spaink acht "zo'n opsomming die je vaak ziet 'oh, dit zijn ook leuke links'" juist geheel zinloos en verwijst alleen naar andere pagina's als zij die als bronnen voor een bepaald artikel heeft gebruikt of als daar meer informatie over het onderwerp te halen valt. En freelance journalist/tekstschrijver Yvonne Philippa (http://www.philippa.nl) zegt over haar homepage: "Het is als het ware een reclamefolder. Daarin schrijf je ook niet dat ze eens bij de concurrent moeten gaan kijken."

Culinair en gastronomisch journalist Cees Heystek (http://www.heystek.nl/) gebruikt zijn homepage behalve voor de presentatie van zijn artikelen ook om zijn hobby, genealogie, uit te leven.
En journalist/tekstschrijver Marco Mekenkamp (http://www.avd.nl/kiosk/auteurs/mekenkamp/index.htm) biedt zijn bezoekers als extraatje informatie over hoe je je homepage moet aanmelden bij zoekmachines.
Mekenkamp: "Ik merkte dat daaraan behoefte was, heb mijn eigen homepage aangemeld en mijn ervaringen met aanmelden verwerkt in tips. Waarom anderen opnieuw het wiel laten uitvinden?"

Wouter Klootwijk (http://www.xs4all.nl/~wklo) zet op zijn homepage "een persoonlijke nieuwsbrief" met een hoog man-bijt-hond-gehalte. Hij had ook een tijdje een tweede pagina met eigen artikelen maar heeft die opgeheven omdat hij de indruk had dat niemand hem opvroeg. "Toen ik hem eraf gooide kwam er ook geen reactie."
De bedoeling van de nieuwsbrief? "Ik probeer mijn lezers zo gek te krijgen om anderen aan hun kop te zeuren. Als ik ergens een bezopen artikel lees over de opduwbustenhouder die de vrouw bevrijdt, zet ik het mail-adres van de auteur in mijn krant en zeg dat het artikel bij hem is aan te vragen.
Ik deed het een keer met de Volkskrant die, zoals je weet, wordt gemaakt van papier uit hout uit de Finse oerbossen die bijna op zijn. Ik kreeg toen een mailtje van een internet-vrijgestelde Volkskrant-redacteur die, naar ik begreep, niet erg gecharmeerd was van mijn geklier."

Niet elke journalist gebruikt haar homepage om zichzelf te profileren. Telegraaf-redacteur Miriam Jorna ontwierp eind 1996 een homepage voor Roeivereniging Willem III (http://www.huizen.dds.nl/~willem3). "Ik wilde een site opzetten en bij het zoeken naar een geschikt onderwerp ontdekte ik dat de roeivereniging graag op het Net vertegenwoordigd wilde zijn." Haar andere site, met de titel Wonder woman (http://www.xs4all.nl/~mjorna), is "een knutselpagina waar ik lekker aan kan klooien. Die komt vol te staan met gadgets en is ook niet bedoeld om bezoek te werven." Jorna: "Ik ben er nog niet uit of ik nog eens een site ga maken met stukken van mijn hand. Als ik het doe zal het meer voor de lol zijn, ik heb niet de dringende behoefte om de wereld via het net kennis te laten maken met mijn artikelen. Daar heb ik de krant al voor."

Er lijken overigens maar weinig journalisten te zijn die zonder nadenken al hun verzamelde werk op hun homepage plempen. Freelancer Yvette Cramer (http://www.euronet.nl/users/bastiaan), schrijvend voor onder andere Net en Intermediair, zet er alleen stukken op "die nuttig zijn, niet te gauw verouderen en die een wat breder publiek aanspreken".
Freelance journalist en fotograaf Piet de Geus (http://www.xs4all.nl/~pietdg) biedt reisverhalen. "Die leken me het langst 'houdbaar'. Artikelen die ik heb geschreven over technische onderwerpen als 'datewarehousing' en 'object-technologie' zijn bij wijze van spreken al achterhaald op het moment dat ze worden gepubliceerd. Bovendien zijn reisverhalen de meest algemene verhalen, daar hebben meer mensen plezier van."

De selectie van Marianne van den Boomen (http://www.xs4all.nl/~boom), eind- en webredacteur van De Groene, bestaat uit "technologie-angehauchte artikelen, vooral over computers en Internet, maar bijvoorbeeld ook over de genetisering van het wereldbeeld. Ik schrijf sowieso het meest over dat soort dingen, maar het leek me ook het meest interessant voor het Internet-publiek - dat heeft altijd iets 'incestueus': men leest het liefst over zichzelf."

Rob Ruggenberg (http://home.iae.nl/users/robr), redacteur Brabants Dagblad, zit sinds 1993 op het Net, maakte in 1994 "meer als experiment" zijn homepage, heeft er sinds september 1996 niets meer aan gedaan en geeft toe dat hij er "eigenlijk een beetje op uitgekeken is".
Ruggenberg: "Als visitekaartje is een homepage aardig, maar verder is het natuurlijk vooral egotripperij. Ik vond het leuk dat als mensen naar informatie over een bepaald onderwerp zochten, ze bij een artikel van mij terecht kwamen. Maar het was een hoop werk om de artikelen in HTML-vorm persklaar te maken en toen het Brabant Pers-archief online kwam, ben ik gestopt met mijn artikelen eigenhandig op mijn homepage te zetten."

Ruggenberg besteedt zijn tijd nu aan Het Oog van de Lage Landen (http://www.gms.lu/eye), een site waar fotografen hun werk kunnen presenteren. Hij is eraan begonnen "uit vriendschap met een aantal fotografen" en "omdat ik merkte dat foto's het goed doen op het haastige Web. De impact is groter dan van een artikel. Je kunt een foto in een paar seconden bekijken en veel meer tijd gunnen de meeste surfers zich niet. Bovendien is er wereldwijd grote belangstelling voor foto's. Met ruim twaalfduizend bezoekers in vijf maanden is het nu een van de grootste Europese foto sites."

Rob Huibers, freelance fotograaf voor onder andere Trouw en Intermediair, zit vanaf het begin bij Het Oog. "Het gaat mij vooral om de lol, la joie de se voir sur l'Internet. Het was ook mijn eerste mogelijkheid om foto's op het WWW te zetten en die mogelijkheid heb ik gebruikt omdat ik Robs initiatief interessant en sympatiek vond. Ik selecteer de foto's die ik zelf mooi vind. De bezoeker moet wel iets interessants hebben om naar te kijken, vind ik."

Hebben de journalisten zich voordat zij hun werk aan het Net toevertrouwden verdiept in het copyright? Renée de Jonge: "Eh... volgende vraag graag. Op het moment dat ik mijn artikelen op het Net zette, had ik copyright wel in mijn achterhoofd, maar ook zoiets van, och, als er een probleem is, dan hoor ik het wel. Ik ben er nooit achteraan gegaan en heb er verder nooit iets over gehoord."

Rob Ruggenberg, die de artikelen op zijn homepage grotendeels in loondienst schreef: "Als ik me goed herinner (grijns) heb ik mijn werkgever destijds mondeling om toestemming gevraagd." VN- en Volkskrant-medewerker Wouter Klootwijk, die ze indertijd ook in loondienst produceerde, heeft niets gevraagd: "Ik heb bij toeval ontdekt dat een braaf heertje binnen het bedrijf, zonder mij er iets over te zeggen, telkens printen van mijn homepage maakte en die naar de hoofdredacteur bracht. Maar die hoofdredacteur zei er niks over. Wel prettig dat je op die manier je oplage nog eens vergroot ziet, want de hoofdredacteur zelf kijkt niet op Internet."

Piet de Geus vermeldt bij zijn reisverhalen niet eens waar ze geplaatst zijn "omdat het de versies zijn die ik heb ingeleverd en dus niet de geredigeerde en soms ingekorte versies zoals ze gepubliceerd zijn en de copyrights bij mijzelf berusten."
Webredacteur NRC Handelsblad Marie-José Klaver (http://www.marie-jose.nl) heeft zich niet in het auteursrecht verdiept. "Ik link op mijn homepage naar artikelen van mij die ook op de NRC site staan. Ik heb het niet gevraagd omdat ik zeker weet dat niemand daar bezwaar tegen heeft, niet kan hebben ook. Linken kun je sowieso niet verbieden."
Klaver is verder van mening "dat journalisten niet te bang moeten zijn om artikelen op hun site te zetten en dat ze omgekeerd ook niet te krampachtig moeten reageren als een krant/tijdschrift waar ze voor schrijven een artikel op Internet plaatst".
Marianne van den Boomen heeft door haar werk bij De Groene met beide kanten van de medaille te maken. Wanneer zij zelf het auteursrecht heeft - en dat heeft zij ook van haar boeken - vraagt zij niet om toestemming. Als webredacteur bij De Groene vraagt zij de freelancers tegenwoordig wel of die er bezwaar tegen hebben als zij hun werk op de site van het weekblad plaatst.
"Ik zette al Groene-artikelen op het Net sinds begin 1994 in een tijd dat noch ik noch anderen (laat staan de NVJ) überhaupt aan auteursrechten dachten. 't Was gewoon een experiment, een geintje. Daarna boomde het Internet, grote bedrijven en uitgevers gingen ook meedoen en allerlei vragen over rechten doken op. Terecht. Al vind ik het zelf natuurlijk gewoon lastig dat ik iedereen een brief moet schrijven over toestemming, ook met terugwerkende kracht. Extra betaling voor plaatsing op het Net zit er niet in bij De Groene. Daar zijn we domweg te arm en te klein voor."

Van den Boomen is het niet eens met de mensen die vrezen dat wie te veel eigen werk op het Net zet, de verhandeling van het geschreven materiaal in gevaar brengt. Zelf plaatste ze twee hoofdstukken van haar boek 'Het Internet-ABC voor vrouwen' op haar site. "Toen de uitgever dat hoorde, werd er wat gesputterd. Ze zijn altijd bang dat zoiets de verkoop verpest, maar ik lach ze dan altijd uit. Want het is echt eerder andersom. Ik weet het ook van de statistieken van de Groene-pagina's: een nummer dat het goed doet in de losse verkoop, heeft gemiddeld veel meer hits. En een nummer dat weinig hits op het net krijgt, blijkt ook nauwelijks in de winkel te verkopen. Het net eet het verkochte papier echt niet op."

Sinds de Brabant Pers zijn archief online heeft gezet, maakt Rob Ruggenberg gebruik van de mogelijkheid zijn artikelen te doen opvragen via dat archief. Maar de Brabant Pers verschaft slechts toegang aan bezoekers die een wachtwoord hebben dat ze eerst zelf moeten aanvragen. Dit probleem omzeilt Ruggenberg door zijn eigen wachtwoord ter beschikking te stellen. Een vondst. Maar hoe vindt zijn krant dat?

Ruggenberg: "Nooit gevraagd, dus ik zou het niet weten. (Het voordeel van een e-mail interview is dat je nu mijn sardonische grijns niet kunt zien)."

Op dit moment vraagt de Brabant Pers geen geld voor raadpleging van het archief. Als men dat over een tijdje wel gaat doen, gaat Rob Ruggenberg zijn eigen homepage dan toch weer bijhouden? Ruggenberg: "Misschien bedenk ik dan wel weer een ander kunstgreepje (weer die grijns)."

Levert het nou opdrachten op, zo'n homepage? Nee, antwoorden de meeste ondervraagde journalisten en voegen daaraan toe dat dat ook niet de bedoeling was. Een enkeling werd wel benaderd (Marco Mekenkamp om voor een schijntje een door een ander begonnen boek af te maken) en Cees Heystek om van zijn hobby (genealogie) ook - deels - zijn werk te maken. Marianne van den Boomen en Karin Spaink kregen wel extra opdrachten, maar sluiten niet uit dat dit kwam omdat op een andere manier al bekend was dat zij veel van Internet wisten.

Freelance journalist en tekstschrijver Yvonne Philippa had niet de illusie dat ze hierdoor aan werk zou komen ("ik had een cursusje 'Internet en Marketing' gevolgd en wist dat dit maar sporadisch lukte") maar plaatste toch de volgende tekst op haar homepage: "Digitale Tekst Service, Gewoon proberen??!! Laat uw tekst eens professioneel onder handen nemen. U stuurt uw tekst of deel van een tekst per e-mail naar het Bureau voor Tekst&Producties. (..) Met de volgende e-mail ontvangt u een bewerkte versie van uw tekst. In de nieuwe spelling en ontdaan van eventuele taal- en stijlfouten. Gratis en voor niets."

Was ze niet bang dat het storm zou lopen? "Ik had gedacht dat er af en toe een leuke noodlijdende of anderszins armlastige organisatie gebruik van zou maken, maar ook dat gebeurt niet. Mensen denken wel, dat is handig, maar ze doen het niet. Hollanders zijn er te Hollands voor, denk ik soms. Ze geloven niet dat iemand ze gratis laat zien wat ze kan."

Wie een homepage maakt wil weten of er bezoek komt. Dus moet er een teller op dat ding. Waarna de journalist af en toe checkt hoe het ermee staat. Het blijkt sterk te verschillen. De ene homepage trekt maar enkele bezoekers per dag, de andere tientallen. Die van Marie-José Klaver trok er op een bepaald moment vijftig per dag, wat haar provider de Digitale Stad te veel vond. Klaver: "DDS is een non profit organisatie, er zijn 50.000 bewoners en als die allemaal zoveel verkeer zouden genereren zou het ze handenvol geld kosten. Ik heb toen geen dingen verwijderd, maar bij een paar directories gevraagd of ze de verwijzing naar mijn site wilden weghalen."

De absolute topper kwa bezoek is Karin Spaink, wier site in juni is bekroond met de DisInformation Web Site Award. Drieëndertigduizend mensen bezochten haar homepage sinds 28 juli 1995, in mei alleen al werden ruim 62.000 pagina's bezocht. "Maar hoeveel mensen dat zijn, is niet bekend," zegt Spaink. "Sommigen halen één pagina op, anderen wel veertig. De meeste komen trouwens voor materiaal over Scientology."

Veel e-mail levert de homepage de meesten niet op, met een paar mailtjes per week is het meestal wel bekeken. Renée de Jonge, die een van degenen is die haar homepage (deels) in het Engels heeft vertaald, maakt wel melding van veel mail, vooral van buitenlandse journalisten. "Ik krijg wel eens het idee dat de hele wereld wil weten hoe een Nederlandse journalist zijn werk doet." Wouter Klootwijk krijgt twee mailtjes per week en vindt dat "te weinig". "Alleen als ik een bevolkingsgroep boos krijg wil het nog wel eens uit de hand lopen. Toen ik in mijn krant de vraag stelde welk merk motorfiets het vaakst verongelukt, kwam dat terecht bij een nieuwsgroep van motorfreaks. Dat leverde me een mailbom op," aldus deze journalist, die zijn e-mail interview afrondt met de verzuchting dat hij het liefst zijn geld zou verdienen "met de verkoop van schepijs voor mijn huis en alle rest van de tijd journalistiek bedrijven op Internet".

JEANNE DOOMEN

naar begin Copyright © Jeanne Doomen.
Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden
voor persoonlijk gebruik.