![]() |
Een eigen homepage, maar wat moet er op? |
|
|
Voor de journalist die Internet niet een vies woord vindt, komt onvermijdelijk het
moment dat zij zich afvraagt of zij een homepage moet maken. En zo ja, wat
moet daar op. Eigen werk, dat ligt voor de hand. Maar zou dat
geen problemen geven met het auteursrecht? En zou het de nieuwe
opdrachten inderdaad doen binnen stromen? Jeanne Doomen
communiceerde hierover met veertien journalisten die een eigen
stek hebben op het World Wide Web. Alle interviews vonden plaats
per e-mail.
Menig journalist begint aan een homepage niet zozeer omdat
hij iets wil uitdragen, maar omdat de techniek hem interesseert
en hij zich die wil eigen maken. Wanneer de journalist zich er
eenmaal van overtuigd heeft dat HTML (HyperTextMarkup Language)
niet alleen is weggelegd voor wie heeft doorgeleerd in de
hogere wiskunde, rijst vervolgens de belangrijke vraag wat zij
of hij wil bijdragen aan het World Wide Web. Dat varieert.
Francisco van Jole (http://home.pi.net/~fvjole), medewerker
van de Volkskrant en maker van de Internet-krant de Daily Planet,
koos "uit puur narcisme" voor "alleen eigen werk en wat
persoonlijk materiaal". Waarbij ik moet aantekenen dat hij de
opmerking over het narcisme vergezeld deed gaan door de
lach-smiley. Voor de niet-email verslaafden: een smiley is een
symbooltje dat verduidelijkt hoe een tekst moet worden gelezen,
met name vanuit welke gemoedstoestand de schrijver die schreef.
Ook columniste en publiciste Karin Spaink (http://www.xs4all.nl/~kspaink)
koos voor eigen materiaal: columns die zij schreef voor Het
Parool en XL, artikelen en essays voor De Groene, lezingen.
"Zulke stukken verdienen zelden een bundeling, dat zou te
pretentieus zijn. Maar tegelijkertijd zijn het intussen heel
wat artikelen en zijn sommige ervan nog steeds de moeite waard.
Zo'n homepage vond ik een mooie manier om al dat losse spul te verzamelen."
Eind 1995 kwam er een aparte sectie over Scientology bij nadat
Spaink met die sekte in aanvaring was gekomen over materiaal
dat zij op haar homepage had gezet. De meeste journalisten kiezen voor een combinatie: eigen werk,
interesses, links naar andere plekken op het Net waar de
bezoeker misschien ook nog iets leuks aantreft. Freelance
journalist Renée de Jonge (http://www.xs4all.nl/~rdejonge)
koos voor een uitgebreide lijst met links "omdat mijn bookmarks-lijst
in mijn browser anders astronomische proporties aanneemt.
Bovendien laat zo'n lijst met links iets zien over jezelf,
over wat je leuk en belangrijk vindt." Culinair en gastronomisch journalist Cees Heystek
(http://www.heystek.nl/) gebruikt
zijn homepage behalve voor de presentatie van zijn artikelen
ook om zijn hobby, genealogie, uit te leven.
Wouter Klootwijk (http://www.xs4all.nl/~wklo) zet op zijn
homepage "een persoonlijke nieuwsbrief" met een hoog
man-bijt-hond-gehalte. Hij had ook een tijdje een tweede pagina
met eigen artikelen maar heeft die opgeheven omdat hij de
indruk had dat niemand hem opvroeg. "Toen ik hem eraf gooide
kwam er ook geen reactie." Niet elke journalist gebruikt haar homepage om zichzelf te
profileren. Telegraaf-redacteur Miriam Jorna ontwierp eind 1996
een homepage voor Roeivereniging Willem III (http://www.huizen.dds.nl/~willem3).
"Ik wilde een site opzetten en bij het zoeken naar een geschikt
onderwerp ontdekte ik dat de roeivereniging graag op het Net
vertegenwoordigd wilde zijn." Haar andere site, met de titel
Wonder woman (http://www.xs4all.nl/~mjorna), is "een
knutselpagina waar ik lekker aan kan klooien. Die komt vol te
staan met gadgets en is ook niet bedoeld om bezoek te werven."
Jorna: "Ik ben er nog niet uit of ik nog eens een site ga
maken met stukken van mijn hand. Als ik het doe zal het meer
voor de lol zijn, ik heb niet de dringende behoefte om de
wereld via het net kennis te laten maken met mijn artikelen.
Daar heb ik de krant al voor." Er lijken overigens maar weinig journalisten te zijn die
zonder nadenken al hun verzamelde werk op hun homepage plempen.
Freelancer Yvette Cramer (http://www.euronet.nl/users/bastiaan),
schrijvend voor onder andere Net en Intermediair, zet er alleen
stukken op "die nuttig zijn, niet te gauw verouderen en die
een wat breder publiek aanspreken". De selectie van Marianne van den Boomen
(http://www.xs4all.nl/~boom), eind- en webredacteur van De Groene, bestaat uit "technologie-angehauchte artikelen,
vooral over computers en Internet, maar bijvoorbeeld ook over
de genetisering van het wereldbeeld. Ik schrijf sowieso het
meest over dat soort dingen, maar het leek me ook het meest
interessant voor het Internet-publiek - dat heeft altijd iets
'incestueus': men leest het liefst over zichzelf." Rob Ruggenberg (http://home.iae.nl/users/robr), redacteur Brabants Dagblad, zit sinds 1993 op het Net, maakte in 1994
"meer als experiment" zijn homepage, heeft er sinds september
1996 niets meer aan gedaan en geeft toe dat hij er "eigenlijk
een beetje op uitgekeken is". Ruggenberg besteedt zijn tijd nu aan Het Oog van de Lage
Landen (http://www.gms.lu/eye), een site waar fotografen hun werk kunnen presenteren. Hij is eraan begonnen "uit vriendschap met een aantal fotografen" en "omdat ik merkte dat foto's het goed doen op het haastige Web. De impact is groter dan van een artikel. Je kunt een foto in een paar seconden bekijken en veel meer tijd gunnen de meeste surfers zich niet. Bovendien is er wereldwijd grote belangstelling voor foto's. Met ruim twaalfduizend bezoekers in vijf maanden is het nu een van de grootste Europese foto sites." Rob Huibers, freelance fotograaf voor onder andere Trouw en Intermediair, zit
vanaf het begin bij Het Oog. "Het gaat mij vooral om de lol, la joie de se voir sur
l'Internet. Het was ook mijn eerste mogelijkheid om foto's op het WWW te zetten
en die mogelijkheid heb ik gebruikt omdat ik Robs initiatief interessant en
sympatiek vond. Ik selecteer de foto's die ik zelf mooi vind. De bezoeker moet wel
iets interessants hebben om naar te kijken, vind ik."
Hebben de journalisten zich voordat zij hun werk aan het Net toevertrouwden
verdiept in het copyright? Renée de Jonge: "Eh... volgende vraag graag. Op het
moment dat ik mijn artikelen op het Net zette, had ik copyright wel in mijn
achterhoofd, maar ook zoiets van, och, als er een probleem is, dan hoor ik het wel.
Ik ben er nooit achteraan gegaan en heb er verder nooit iets over gehoord." Rob Ruggenberg, die de artikelen op zijn homepage grotendeels in loondienst
schreef: "Als ik me goed herinner (grijns) heb ik mijn werkgever destijds mondeling
om toestemming gevraagd." VN- en Volkskrant-medewerker Wouter Klootwijk, die
ze indertijd ook in loondienst produceerde, heeft niets gevraagd: "Ik heb bij toeval
ontdekt dat een braaf heertje binnen het bedrijf, zonder mij er iets over te zeggen,
telkens printen van mijn homepage maakte en die naar de hoofdredacteur bracht.
Maar die hoofdredacteur zei er niks over. Wel prettig dat je op die manier je
oplage nog eens vergroot ziet, want de hoofdredacteur zelf kijkt niet op Internet." Piet de Geus vermeldt bij zijn reisverhalen niet eens waar ze geplaatst zijn "omdat
het de versies zijn die ik heb ingeleverd en dus niet de geredigeerde en soms
ingekorte versies zoals ze gepubliceerd zijn en de copyrights bij mijzelf berusten." Van den Boomen is het niet eens met de mensen die vrezen dat wie te
veel eigen werk op het Net zet, de verhandeling van het geschreven materiaal in
gevaar brengt. Zelf plaatste ze twee hoofdstukken van haar boek 'Het Internet-ABC voor vrouwen' op haar site. "Toen de uitgever dat hoorde, werd er wat
gesputterd. Ze zijn altijd bang dat zoiets de verkoop verpest, maar ik lach ze dan
altijd uit. Want het is echt eerder andersom. Ik weet het ook van de statistieken
van de Groene-pagina's: een nummer dat het goed doet in de losse verkoop, heeft
gemiddeld veel meer hits. En een nummer dat weinig hits op het net krijgt, blijkt
ook nauwelijks in de winkel te verkopen. Het net eet het verkochte papier echt niet
op." Sinds de Brabant Pers zijn archief online heeft gezet, maakt Rob Ruggenberg
gebruik van de mogelijkheid zijn artikelen te doen opvragen via dat archief. Maar
de Brabant Pers verschaft slechts toegang aan bezoekers die een wachtwoord
hebben dat ze eerst zelf moeten aanvragen. Dit probleem omzeilt Ruggenberg
door zijn eigen wachtwoord ter beschikking te stellen. Een vondst. Maar hoe vindt
zijn krant dat? Ruggenberg: "Nooit gevraagd, dus ik zou het niet weten. (Het voordeel van een e-mail interview is dat je nu mijn sardonische grijns niet kunt zien)." Op dit moment vraagt de Brabant Pers geen geld voor raadpleging van het
archief. Als men dat over een tijdje wel gaat doen, gaat Rob Ruggenberg zijn
eigen homepage dan toch weer bijhouden? Ruggenberg: "Misschien bedenk ik dan
wel weer een ander kunstgreepje (weer die grijns)." Levert het nou opdrachten op, zo'n homepage? Nee, antwoorden de
meeste ondervraagde journalisten en voegen daaraan toe dat dat ook niet de
bedoeling was. Een enkeling werd wel benaderd (Marco Mekenkamp om voor een
schijntje een door een ander begonnen boek af te maken) en Cees Heystek om
van zijn hobby (genealogie) ook - deels - zijn werk te maken. Marianne van den
Boomen en Karin Spaink kregen wel extra opdrachten, maar sluiten niet uit dat dit
kwam omdat op een andere manier al bekend was dat zij veel van Internet wisten. Freelance journalist en tekstschrijver Yvonne Philippa had niet de illusie dat ze
hierdoor aan werk zou komen ("ik had een cursusje 'Internet en Marketing' gevolgd
en wist dat dit maar sporadisch lukte") maar plaatste toch de volgende tekst op
haar homepage: "Digitale Tekst Service, Gewoon proberen??!! Laat uw tekst eens
professioneel onder handen nemen. U stuurt uw tekst of deel van een tekst per e-mail naar het Bureau voor Tekst&Producties. (..) Met de volgende e-mail ontvangt
u een bewerkte versie van uw tekst. In de nieuwe spelling en ontdaan van
eventuele taal- en stijlfouten. Gratis en voor niets." Was ze niet bang dat het storm zou lopen? "Ik had gedacht dat er af en toe een
leuke noodlijdende of anderszins armlastige organisatie gebruik van zou maken,
maar ook dat gebeurt niet. Mensen denken wel, dat is handig, maar ze doen het
niet. Hollanders zijn er te Hollands voor, denk ik soms. Ze geloven niet dat iemand
ze gratis laat zien wat ze kan." Wie een homepage maakt wil weten of er bezoek komt. Dus moet er een
teller op dat ding. Waarna de journalist af en toe checkt hoe het ermee staat. Het
blijkt sterk te verschillen. De ene homepage trekt maar enkele bezoekers per dag,
de andere tientallen. Die van Marie-José Klaver trok er op een bepaald moment
vijftig per dag, wat haar provider de Digitale Stad te veel vond. Klaver: "DDS is
een non profit organisatie, er zijn 50.000 bewoners en als die allemaal zoveel
verkeer zouden genereren zou het ze handenvol geld kosten. Ik heb toen geen
dingen verwijderd, maar bij een paar directories gevraagd of ze de verwijzing naar
mijn site wilden weghalen." De absolute topper kwa bezoek is Karin Spaink, wier site in juni is bekroond met
de DisInformation Web Site Award. Drieëndertigduizend mensen bezochten haar
homepage sinds 28 juli 1995, in mei alleen al werden ruim 62.000 pagina's
bezocht. "Maar hoeveel mensen dat zijn, is niet bekend," zegt Spaink. "Sommigen
halen één pagina op, anderen wel veertig. De meeste komen trouwens voor
materiaal over Scientology." Veel e-mail levert de homepage de meesten niet op, met een paar mailtjes per
week is het meestal wel bekeken. Renée de Jonge, die een van degenen is die
haar homepage (deels) in het Engels heeft vertaald, maakt wel melding van veel
mail, vooral van buitenlandse journalisten. "Ik krijg wel eens het idee dat de hele
wereld wil weten hoe een Nederlandse journalist zijn werk doet." Wouter
Klootwijk krijgt twee mailtjes per week en vindt dat "te weinig". "Alleen als ik een
bevolkingsgroep boos krijg wil het nog wel eens uit de hand lopen. Toen ik in mijn
krant de vraag stelde welk merk motorfiets het vaakst verongelukt, kwam dat
terecht bij een nieuwsgroep van motorfreaks. Dat leverde me een mailbom op,"
aldus deze journalist, die zijn e-mail interview afrondt met de verzuchting dat hij
het liefst zijn geld zou verdienen "met de verkoop van schepijs voor mijn huis en
alle rest van de tijd journalistiek bedrijven op Internet".
|
| JEANNE DOOMEN
|
|
|
Copyright © Jeanne Doomen. Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden voor persoonlijk gebruik.
|