(bijna) 2 ons bloemkool-in-roosjes (uit het koelmeubel)
1 kop doperwten uit blik of uit de diepvries
mosterdpoeder
komijnpoeder
korianderpoeder
curcuma
olie
scheutje citroensap
zout
Als je dit gerecht echt Indiaas wilt maken, gebruik je mosterdzaad en komijnzaad (wat de Plusmarkt in De Rijp dus niet in voorraad heeft). Heb jij het wel, dan mag je het gerecht ook Ghobi aur Matar noemen.
Op de 'gewone' manier: verwarm wat olie in een koekenpan (niet te heet) en meng er ½ theelepel mosterdpoeder en ½ theelepel komijnpoeder doorheen.
Op z'n Indiaas: ½ theelepel mosterd*zaad* en ½ theelepel komijn*zaad*.
In dit geval de volgende handeling zodra de mosterdzaadjes niet meer knapperen en het komijnzaad bruin is.
Nu weer gewoon: als je mosterd- en komijnpoeder door de olie hebt geroerd de bloemkool met theelepel curcuma toevoegen. Bodempje water in de pan, op zacht vuur laten pruttelen totdat de bloemkool vrijwel gaar is. Duurt ongeveer tien tot vijftien minuten. Halverwege de bloemkool een keer omroeren.
Tenslotte de doperwten toevoegen plus ½ theelepel koriander en nog een ½ theelepel komijnpoeder. Ev. nog een scheutje water erbij en op zacht vuur een paar minuten verder laten sudderen. De erwtjes worden nu warm.
Als de bloemkool gaar is (hij moet stevig blijven, het moet ook weer geen ouderwets Hollandse pulp worden) gas uit, scheutje citroensap er overheen (al dan niet uit de knijpfles), omscheppen en serveren.
Eten met rijst of stevig bruin brood.