Olga de Haas was een jonge ballerina met een glanzende carrière. Zij danste de grote rollen uit het klassieke balletrepertoire en trad op in Moskou en Parijs. In 1978 overleed Olga de Haas op drieëndertigjarige leeftijd. Henk van der Meyden wist wel waarom. Om te voldoen aan de schoonheidseisen van het ballet had de danseres zich overgegeven aan hongerdiëten en tabletten. Tegelijk had zij zich in het Amsterdamse uitgaansleven gestort en was aan de drank geraakt. Die combinatie had haar gesloopt. Want dansen en leven, dat gaat nu eenmaal niet samen.
In De bovenbenen van Olga de Haas beschrijft antropoloog Anna Aalten wat het betekent om balletdanseres te zijn. Zij praatte daarvoor met tientallen danseressen. Over wat dansen voor hen betekent, over het verleggen van grenzen en over de (on)mogelijkheid het ballet te combineren met 'het leven'.
In de danswereld is het gebruikelijk dat leerlingen die een balletcarrière ambiëren voor hun tiende jaar serieus met hun opleiding beginnen. Om het ideaal te bereiken is niet alleen veel tijd en inzet nodig, maar ook de aanwezigheid van geschikt basismateriaal. Een danserslichaam moet een natuurlijke uitdraai hebben in de heupen, rechte benen, soepele enkels en sterke voeten. Ook moet het lichaam goed geproportioneerd zijn: slank, met dunne bovenbenen, weinig billen en borsten en een lange nek.
Veel van de gevraagde fysieke kenmerken zijn maakbaar. Dikke billen kunnen slank worden door minder te eten, zwakke voeten kunnen worden versterkt met oefeningen. Maar juist doordat het lichaam als maakbaar wordt ervaren, (Olga de Haas slaagde er bijvoorbeeld in haar dijen dunner te maken), kan de acceptatie van de grenzen van de maakbaarheid moeilijk zijn.
Danseressen ontwikkelen daarom vaak eetstoornissen bij hun pogingen steeds dunner te worden om zo te voldoen aan het ideaal van een lichaam zonder rondingen. Of zij dansen door met blessures tot het moment dat zij onder ogen moeten zien dat het lichaam nu echt weigert verder te gaan.
Aalten beschrijft uitvoerig het dagelijks leven van een danser en laat zien hoe die de hele dag met ballet bezig is. Overdag zijn er de lessen, 's avonds is er de voorstelling. De combinatie van dansen en leven is leidt dus inderdaad tot conflicten. Sommigen lossen die op door hun leven in de danswereld te zoeken en alleen met dansers om te gaan. Anderen kiezen voor een fasering van hun leven: eerst storten zij zich op de dans, daarna is er tijd voor een sociaal leven. De keuze is vaak niet een bewuste. De meeste danseressen stoppen pas met dansen als andere factoren die keuze vergemakkelijken. Een blessure kan een goede aanleiding zijn.
Anna Aalten heeft een mooi boek geschreven. Zij laat zien wat het kiezen voor een balletcarrière betekent. Zij plaatst hierbij de dilemma’s van de individuele danseres in het geheel van het ballet met al zijn conventies en mogelijkheden. Dit maakt dit boek tot een absolute aanrader voor wie van ballet houdt. Maar ook wie alleen maar nieuwsgierig is naar deze onbekende wereld kan er veel plezier aan beleven.
|