


Jeanne Doomen
Marion Schiphorst
|
"Tot aan je schouder in een koe voel je de hete, zware, knijpende druk binnen in haar, maar ik
vergeet nooit hoe aangenaam verrast ik de eerste keer was toen ik mijn hand langzaam
terugtrok en voelde hoe de spieren van de koe zich samentrokken en zich daarna een voor een
ontspanden, als een rij mensen die me om de beurt de hand schudden. Ik vraag me af of je dit
ook voelt als je geboren wordt."
Het bovenstaande citaat komt niet uit een veterinair handboek, maar uit Reis door het Rijk der
Zinnen, dat de Amerikaanse dichteres Diane Ackerman schreef over zintuigen. De ervaring
met de koe deed zij op toen zij tijdens het kalverseizoen op een koeienranch werkte en door
een hand in de koeievagina te steken moest bepalen hoe ver de koe was. "Jij bent een vrouw,
zeiden ze dan altijd, doe jij het maar, waarmee ze bedoelden dat ik, op de tast, natuurlijk
precies wist hoe het innerlijke landschap van een andere vrouw eruitzag, ook al was deze
vrouw slechts heel in de verte aan mij verwant."
Ackerman heeft een prachtig boek geschreven dat is bedoeld om de lezer mee te voeren op een
reis langs de eigen zintuigen en haar of hem van de ene vrolijke verbazing in de andere te laten
vallen. Kan een mens echt meer dan tienduizend geuren onderscheiden? Zit er werkelijk veel
proteïne in mensenvlees? Waarom kennen veel talen geen aparte woorden voor blauw en
groen?
Reis door het Rijk der Zinnen bevat ontelbaar veel weetjes. Wie niet genoeg krijgt van
natuurfilms, met maar half-begrijpende fascinatie wekelijks de nieuwste ontdekkingen van de
wetenschap in de krant volgt en altijd al heeft willen weten om welke niet-psychische reden
mensen met liefdesverdriet veel chocola eten, kan hier terecht.
De kracht van het boek zit in de manier waarop Diane Ackerman haar eigen verrukking
over het menselijk vermogen te zien, ruiken, horen, proeven en voelen kan overbrengen. Zij
put uit een enorme bulk van onderzoeksmateriaal en gebruikt allerlei ontdekkingen kriskras
door elkaar. Zo oppert zij, na een verhaal over het maken van parfum, dat het genot dat wij
ontlenen aan kussen eigenlijk het genot is elkaars gezicht, waar ieders persoonlijke geur hangt,
te besnuffelen en te strelen. Om te vervolgen met een verhaal over een stam in Nieuw-Guinea
waar mensen afscheid van elkaar nemen door een hand onder elkaars oksel te stoppen,
"waarna ze hun hand terugtrekken en ermee over hun lichaam strijken, zodat ze zichzelf
bedekken met de geur van hun vriend".
Wie nu denkt: Wat moet ik met zulke losse informatie, welke stam was het precies, hoe zat
dat onderzoek in elkaar en is er geen andere verklaring voor dit gedrag denkbaar, zal zich aan
Reis door het Rijk der Zinnen mateloos ergeren. Want hoewel het boek is voorzien van een
respectabele literatuurlijst met werken van veel geleerde personen, schroomt Ackerman niet
het materiaal op een ogenschijnlijk lukrake manier door haar tekst te verspreiden. Telkens "is
er een onderzoek waaruit zou blijken" of denken "sommige onderzoekers dat" - als zij al niet,
zoals in het geval van de niet nader genoemde stam, de gegevens zonder meer presenteert als
waarheden.
Maar wie bereid is het boek te accepteren voor wat het is, een meeslepende lofzang op de
menselijke zintuigen, kan een dikke honderd paginas verder kennis maken met een andere (?)
stam uit Nieuw-Guinea, waarover Ackerman - dit keer wel met bronvermelding - een verhaal
vertelt dat inzicht verschaft in een curieuze vorm van kannibalisme.
Het gaat om een inwijdingsritueel waarbij jongens hun eerste seksuele ervaring opdoen. Een
jonge vrouw gaat gekleed als een godin in een houten schuur liggen en zes jongens hebben om
de beurt, begeleid door zang en tromgeroffel, gemeenschap met haar. Wanneer de laatste
jongen in een omhelzing met het meisje ligt, worden de steunbalken van de schuur
weggetrokken, de houtblokken vallen naar beneden en het paar wordt gedood. Dit is de
vereniging van bevruchting en dood, beide zijn nu een en hetzelfde. Dan wordt het paar onder
het hout vandaan gehaald, geroosterd en nog diezelfde avond opgegeten.
Mensen ontvangen alleen zintuiglijke informatie die van levensbelang is. Niet elk zuchtje
wind doet de haren op de pols overeind staan, niet elk sprankje zonlicht wordt door het
netvlies geregistreerd. Niet alles wat we voelen is krachtig genoeg om een boodschap naar de
hersenen te zenden; de overige sensaties spoelen gewoon over ons heen zonder dat er iets van
beklijft.
Door dit alles, vindt Ackerman, is onze versie van de wereld nogal simplistisch, gegeven de
enorme complexiteit ervan. "Het zou best kunnen", suggereert de schrijfster, "dat eencellige diertjes een meer realistisch besef van de wereld hebben dan hogere dieren, omdat zij op elke stimulus die op hun pad komt, reageren."
Bovendien zijn onze zintuigen dol op nieuwigheidjes. Een verandering - die immers een
gevaar kan betekenen - stuurt een signaal naar de hersenen. Maar is de situatie weer onder
controle, dan verliezen we het alerte bewustzijn van de amateur. "Een groot deel van ons leven
trekt aan ons voorbij in een gemakzuchtig waas", constateert Diane Ackerman spijtig.
"Bewust leven vereist een eenvoudig op te wekken vermogen om verwonderd te zijn, een
beetje extra inspanning, en de meeste mensen zijn lui waar het leven betreft."
Met Reis door het Rijk der Zinnen wil de schrijfster laten zien dat het ook anders kan. Soms
dringt de dichteres in haar zich wat erg sterk op de voorgrond, zoals in de passage waarin zij
ons oproept om "elke dag je nieuwsgierigheid te roskammen als een vurige volbloed, op zijn
rug te klimmen en te galopperen over de dichtbegroeide, zonovergoten heuvels". Maar
dergelijke uitbarstingen moet je voor lief nemen in een boek dat zoveel levensvreugde uitstraalt
dat het vrijwel onmogelijk is je er niet door te laten meeslepen. |