Vrouwen zijn net zo goed als mannen en in sommige opzichten zijn ze zelfs beter. Alleen niet in sport. Mannen lopen harder, gooien verder, springen hoger en duwen meer gewicht omhoog. Maar daarbij hoeven we ons niet neer te leggen, betoogt Colette Dowling in De mythe van breekbaarheid.
Volgens Dowling zouden jongens en meisjes dezelfde fysieke ontwikkeling kunnen doormaken, als zij maar op dezelfde manier werden gestimuleerd. Maar kleine jongens worden geprezen als ze hun lijfjes gebruiken en kleine meisjes worden verdreven naar de poppenhoek.
Het zeldzame meisje dat wel genoegen schept in het ontwikkelen van haar eigen fysieke vermogens, slaat meestal een andere richting in bij het naderen van de puberteit. Vanaf dat moment is het niet meer haar kracht waarmee zij de wereld te lijf gaat maar haar uiterlijk waarmee zij invloed op die wereld hoopt uit te oefenen.
Colette Dowling wijt deze ontwikkeling aan de opvoeders en de maatschappij in het algemeen. Als die meisjes meer op hun sportieve prestaties zou aanspreken en minder op hoe ze eruit zien zou alles anders zijn. Dan zouden vrouwen net zo krachtig kunnen worden als mannen. Eigenlijk zijn sommigen dat al. Je moet de prestaties gewoon een beetje anders meten, bijvoorbeeld door de lichaamslengte mee te wegen. Op die manier wil de schrijfster aantonen dat Carl Lewis eigenlijk helemaal niet harder liep dan Florence Griffith Joyner. Integendeel: zij zou zelfs ruim 5 percent sneller zijn.
Dit soort berekeningen doen geforceerd aan. Regelmatig bekruipt je als lezer ook een 'nou én?' Wat doet het ertoe als mannen ietsje harder lopen? Zijn vrouwen daardoor minder mens? Doe je niet mee in de maatschappij als je niet in meetbare prestaties de allerbeste bent?
Overtuigender is Dowling wanneer zij uitlegt welke consequenties het heeft als vrouwen niet kunnen vertrouwen op hun eigen kracht en hun vermogen fysiek situaties naar hun hand te zetten. Het is inderdaad niet leuk om angstig over straat te lopen, bang voor naderende mannen, bang dat er iets gebeurt waarop je zelf geen invloed hebt.
Natuurlijk is het daarom verstandig je eigen lichaam niet alleen als prooi voor mannen te zien maar als bron van kracht waarmee je je eigen plaats in de wereld kunt veilig stellen. En daarvoor zul je dat lichaam - en je geest - moeten trainen. Maar of je daartoe meer gemotiveerd bent als je jezelf maar voorhoudt dat als je écht je best zou doen, je de best getrainde mannen in een willekeurige sport zou kunnen verslaan, waag ik te betwijfelen.
|