| 'Meer zelfvertrouwen en vijf kilo eraf.' Dat antwoordt de Nederlandse vrouw op de vraag wat
ze in haar leven zou willen veranderen. Verder mag alles blijven zoals het is. Tweederde van de
vrouwen is tevreden tot zeer tevreden over het eigen bestaan.
Op initiatief van het tijdschrift Marie Claire zijn 750 vrouwen via een representatieve
steekproef ondervraagd over hun wensen en verlangens. De vrouwen zijn onderverdeeld naar
leeftijd, opleidingsniveau en religie. Het betrof een schriftelijke enquête, waarvan de
uitkomsten worden geanalyseerd door hoogleraar sociale wetenschappen Christien Brinkgreve
in Droom en drift - Een onderzoek naar verborgen wensen van Nederlandse vrouwen.
De resultaten zijn in zoverre onthullend dat de Nederlandse vrouw uit dit onderzoek naar
voren komt als een buitengewoon saaie tante die zelfs in haar stoutste dromen niet tot een
spannende fantasie te bewegen is. Met haar relatie zit het goed, over haar werk heeft ze niet te
klagen, alleen dat lijf laat te wensen over.
Zodra de aandacht is afgeleid van de te kleine borsten en de te dikke dijen blijkt de
tevredenheid over zichzelf enorm. Ruim eenderde van de respondenten vindt zichzelf zelfs
beter dan anderen. Dit geldt nog sterker voor jongere vrouwen (49 procent), Marie Claire-lezeressen (46 procent) en hoog opgeleide vrouwen (57 procent). De vermeende superioriteit
geldt allerlei gebieden, variërend van morele eigenschappen tot houding of instelling, van
intelligentie en creativiteit tot (ja, toch) uiterlijk en verschijning.
Eigen werk en eigen inkomen vinden de ondervraagde vrouwen belangrijk, maar het mag niet
ten koste gaan van het gezin. 'Slechts 4 procent zou haar partner verlaten als deze een
belemmering zou vormen voor haar carrière,' constateert Brinkgreve wat spijtig. 'Kennelijk
voelen vrouwen het nog niet als iets vanzelfsprekends dat zij zich een goede maatschappelijke
positie mogen verwerven en accepteren ze het nog in groten getale als hun man hen daarin
belemmert'.
De onderzoekster wilde ook weten wat de Nederlandse vrouw het meest in een man
waardeert. Een kwart noemt lief, zacht, gevoelig en vooral geen macho. Onder hoog opgeleide
vrouwen ligt de waardering voor die zachte kanten beduidend lager (17 procent). Brinkgreve
veronderstelt dat dit komt doordat hoog opgeleide vrouwen vaak thuis al een man hebben die
de afwas doet en leeft naar de huidige gelijkheidsidealen. Dat zou bij haar het verlangen
kunnen doen ontstaan naar zijn tegenpool.
Het zijn ook de hoog opgeleide vrouwen, dit keer evenals de jongeren, die wel iets aan hun
seksleven zouden willen veranderen. Die verandering komt dan neer op: vaker en meer. Bijna
tweederde van de ondervraagde vrouwen zou weer voor de huidige partner kiezen als ze haar
leven over mocht doen, 7 procent zou dit niet doen en 29 procent weet het niet. 'Een opvallend
hoog percentage twijfelaars', merkt Brinkgreve op, 'wat opvallend contrasteert met de
terughoudendheid op andere punten'.
Die terughoudendheid is meteen de belangrijkste beperking van dit onderzoek. Keer op keer
spreekt de hoogleraar er haar verbazing over uit dat de vrouwen zo onderkoeld reageren.
Vooruit, dat gewicht daar is wel wat mis mee, en de sex is misschien niet helemaal optimaal.
Maar seksuele fantasieën heeft men nauwelijks en de wel gemelde erotische dromen zijn ook
weer niet van de wildste soort.
In elk hoofdstuk moet Brinkgreve wel een paar keer een slag om de arm houden: het kàn zijn
dat een bepaalde gedachte inderdaad niet of alleen door een bepaalde groep (meestal jongeren
en/of hoog opgeleiden) wordt gekoesterd. Maar het kan ook zijn dat de vrouwen uit de andere
groepen tegenover derden of zelfs tegenover zichzelf niet durven toegeven dat zij dergelijke
ideeën hebben. Dat maakt het moeilijk om de toch al niet erg opzienbarende uitkomsten van
het onderzoek naar waarde te schatten.
De braafheid strekt zich ook uit tot terreinen buiten de seksualiteit. 90 Procent van de vrouwen
zou in een volgend leven opnieuw kiezen voor kinderen en slechts 8 procent maakt er melding
van dat zij de kinderen ooit als een belemmering voor haar carrière heeft ervaren. Brinkgreve
vermoedt daar een taboe: kinderen worden in onze samenleving immers gezien als een zegen.
Nog een taboe: geweld. 81 Procent zegt dat zij vrijwel nooit de wens heeft dat iemand dood
was. Vrouwen die zon wens wel (eens) hebben, fantaseren vooral over een vroegtijdig einde
van de vroegere partner, gevolgd door vaders, moeders en huidige partners (nog altijd 5
procent van deze dromers koestert deze wens).
Een interessante vraag is of men zich schaamt voor de eigen ouders. Dat gaat op voor
tweederde van de vrouwen. Vooral de hoger opgeleiden schamen zich en dan met name voor
het uiterlijk van hun ouders, hun kleding en hun dikte. Brinkgreve veronderstelt dat in deze
groep veel mensen zitten die ten opzichte van hun ouders sociaal gestegen zijn en daardoor
extra gevoelig zijn voor tekenen van eenvoud en een lagere positie.
Droom en drift is een erg dun, bijna columnachtig geschreven boekje met heel wat minder
tabellen dan verslagen van vergelijkbare onderzoeken bevatten. Die beknoptheid is wel eens
jammer. Van een aantal onderwerpen zou je als lezer best meer willen weten. Tegelijk
voorkomt deze aanpak dat je wegens een brij aan cijfermateriaal door de bomen het bos niet
meer ziet en belandt in de fase dat het je werkelijk niet meer kan schelen welk percentage
vrouwen nu weer iets leuk vindt of juist absoluut niet kan waarderen. |