


Jeanne Doomen
Marion Schiphorst
|
Er zijn maar weinig boeken die van kaft tot kaft met elk woord weten te boeien. Ook Emma Brunts Een Rus over de vloer doet dat niet. Maar dit boek, een verzameling columns die eerder verschenen in Elsevier, komt wel een eind in de richting.
De Rus uit de titel is een jongeman door wie Brunt zich laat oppikken tijdens een bezoek aan
wat in die tijd nog Leningrad heette. 'Hij glimlachte zowaar en sprak woorden die ik verstond
en hij leek een beetje op David Bowie. Bovendien: hij kende de stad, hij wist de weg in dit
vijandige doolhof. Wat een godsgeschenk.
In Leningrad valt de Rus al wat tegen, maar wanneer hij zich met een 'de centrale verwarming
is stuk, het is verdomd koud hier, en de kat is dood'-verhaal telefonisch tot de schrijfster
wendt, doet zij toch wat iedereen haar afraadt: zij nodigt haar Rus formeel uit voor een
bezoek.
Al snel blijkt Brunt beland in een horror-scenario. 'Het gegeven is simpel: je nodigt iemand uit,
min of meer, waarbij het concrete arrangement enigszins vaag blijft, en vervolgens komt die
persoon ook daadwerkelijk en ontstaat de situatie dat je vierentwintig uur per etmaal zit
vastgeklonken aan een grillig individu dat zich niet alleen meester heeft gemaakt van het
logeerbed, maar ook van de ijskast, het gasfornuis, het koffiezetapparaat, de douche, de keukentafel, de schrijfmachine en de telefoon. Om half tien 's ochtends wordt er spaghetti
gekookt, met veel overborrelende tomatensaus, omdat je geen brood in huis hebt gehaald.
Verwijtend. En de drank is niet aan te slepen, want iedere fles die binnenkomt gaat meteen op'.
Met zachte drang afvoeren naar de Sleep Inn leidt tot weinig (de Rus staat de volgende
middag alweer op de stoep), goede gesprekken leiden tot helemaal niets. Bij de Vreemdelingendienst officieel afstand van hem doen levert vooral een slecht geweten
op, hem uitzwaaien als hij vertrekt naar Zuid-Afrika gaat niet alleen gepaard met opluchting,
maar ook met een knagend bewustzijn dat het vertrek niet pet se voorgoed hoeft te zijn.
Na de verhalen over de Rus volgt een serie anekdotes die wat moeilijker is te verteren voor
diegenen die zich niet probleemloos kunnen verplaatsen in hoe leuk het moet zijn te wonen
tussen junks. Daarin verhaalt de columniste tamelijk opgewekt dat haar video elk jaar wordt
gepikt, dat credit cards en rijbewijs spoorloos verdwijnen, en dat junks haar portiek en auto
inrichten als een dependance van het Leger des Heils. Ook spreekt zij met vertedering over
twee onhandige met een riotgun bewapende bivakmutsdragers ('Waar is het degelijke vakwerk
van vroeger gebleven, vraag ik me soms af'), die met een zelfgemaakte bom de naburige ABN
hadden willen overvallen.
Mooi, echt mooi wordt het boek wanneer Brunt gaat schrijven over hoe het haar bevalt om
hier en nu een ouder wordende alleenstaande vrouw te zijn. Dan besef je dat het alweer dertien
jaar geleden is dat haar boekje Je zal je zuster bedoelen verscheen. Met die uitgave haalde zij
zich toen door haar gekat op wat zij beschouwde als de uitwassen van het (radicaal-)feminisme
de woede van nogal wat oprechte vrouwenstrijdsters op de hals.
Een deel van haar kritiek, zoals die op de afgedwongen gelijkheidsideologie en op de
idealisering van verondersteld vrouwelijke waarden, was - dat zagen we ook toen al - terecht.
Het was dan ook voornamelijk haar toon, die impliceerde dat de schrijfster ver boven dat
stomme vrouwengedoe stond, die geheel fout viel.
Emma Brunt is veranderd. Tegenwoordig praat zij met Germaine Greer en laat zij zich door
haar uitleggen hoe het komt dat mannen oudere vrouwen niet zien staan. Volgens Greer is de
mannelijke fobie voor oude vrouwen een demonstratie van de manier waarop mannen eigenlijk over alle vrouwen denken, maar worden de haat en minachting verhuld zolang ze nog iets van een - mooie, jonge - vrouw gedaan willen krijgen.
'Ik weet zeker dat ik dat twintig jaar geleden een bespottelijke uitspraak zou hebben
gevonden', realiseert Brunt zich, 'want toen was ik aanzienlijk meer op mannen gesteld dan
nu. Geen wonder ook, want ik was veilig getrouwd, met een bijzonder aardige man en verder
had ik een heleboel aardige mannelijke collega's die me meestal welgezind waren. Niets aan de
hand dus. Ik verwonderde me dan ook vaak over de verbeten toon van de eerste lichting
feministen. (...) Maar na mijn scheiding kwam de klad erin. Want zodra ik me begon te
bewegen op de Markt van Relaties en Geluk leek het wel alsof ik alleen nog maar hyenas in
mannengedaante ontmoette. Egocentrisch, rigide, gevoelsarm, contactgestoord, taalgestoord,
en niet in staat tot welke intieme binding met een vrouw dan ook!'
Geen wonder dat Brunt een aantal bladzijden verder, als ware zij de door haar vroeger zo
verguisde Marilyn French, concludeert: 'De oorlog tussen de seksen is nog nooit zo verbitterd
en onverbloemd gevoerd als de laatste paar jaar en vooral aan het vrouwenfront worden zware
verliezen geleden'.
Niet alle stukjes zijn even nijdig. Er zijn ook mooie bespiegelingen over de onmogelijkheid
om je te herinneren hoe vroeger 'voelde'. Er is ook treurigheid. Over oud worden. Over aids.
Over het onvermogen vrije tijd te nemen voor jezelf. Over het wat-doe-ik-met-mezelf-met-de-feestdagen-gevoel dat de dappere alleenstaande in deze tijd van het jaar ondanks haarzelf
regelmatig overvalt.
Een Rus over de vloer heeft vrijwel alles wat een goed boek moet hebben. Het is prikkelend,
onderhoudend, bij vlagen zelfs hilarisch (zoals over de man die tijdens een
kennismakingsgesprek na een contactadvertentie, zodra Brunt zich even omdraait, opeens uit
de kleren blijkt te zijn gegaan: "Hoho, wat moet dat!" riep ik dus, of woorden van die
strekking, want iets gevatters schoot me zo gauw niet te binnen.). En het is vooral erg goed
geschreven. |