


Jeanne Doomen
Marion Schiphorst
|
Ik ken heel wat vrouwen die wel eens voor de spiegel staan en zich afvragen
hoe het zou zijn als een chirurg hun borsten groter of juist kleiner maakte.
Of op z'n minst de wallen onder hun ogen verwijderde en dan en passant ook
maar dat vet op hun buik en dijen. Maar ik ken, voor zover ik weet, geen
enkele vrouw die die stap ook werkelijk heeft gezet.
Klinisch psychologe Kathy Davis besloot zich in kosmetische chirurgie te
verdiepen toen ze hoorde dat haar `aantrekkelijke, zelfverzekerde, geslaagde,
hoogopgeleide en bovendien feministische' vriendin haar borsten liet vergroten.
Een `feministische evenwichtsoefening' noemt Davis haar onderzoek
omdat zij enerzijds kritisch staat tegenover de kosmetische-chirurgierage en
de stereotiepe ideeën over wat vrouwelijk schoon is, maar tegelijk weigert de
vrouwen die voor deze ingrepen kiezen te zien als gehersenspoelde stumperds.
Haar bevindingen legde zij vast in De tweede schepping.
In Nederland worden jaarlijks ruim 20.000 kosmetische operaties
verricht. Aanvankelijk rechtvaardigden plastisch chirurgen deze operaties
door te wijzen op de psychosociale problemen die het uiterlijk kunnen
veroorzaken. De behoefte ook objectief naar dat uiterlijk te kijken ontstond
pas toen de vraag naar schoonheidsoperaties in het begin van de jaren tachtig
verdubbelde terwijl het budget voor gezondheidszorg juist slonk.
De plastisch chirurgen stelden toen richtlijnen op voor de kosmetische chirurgie die
volgens hun door het ziekenfonds vergoed zou moeten worden. Belangrijk
was daarbij het criterium dat het ging om een fysiek onvolkomenheid die
`buiten een normale variatie in uiterlijk' valt.
Maar wat is normaal? Hoe ver oren van het hoofd af stonden, kon in centi-
meters worden gemeten. Voor andere problemen werden vuistregels opgesteld.
Het `liften' van borsten werd bijvoorbeeld vergoed als `de tepels zich
op gelijke hoogte met de ellebogen bevonden'. En om voor een facelift in
aanmerking te komen moest de patiënt `er tien jaar ouder uitzien dan zijn of
haar kalenderleeftijd'. Maar verder was het vooral een subjectieve kwestie.
Iemand die zich wil laten verfraaien en hoopt dat het ziekenfonds dat
wil financieren, moet zich laten onderzoeken door de verzekeringsarts van
het fonds. Kathy Davis woonde vijfenvijftig van die consulten bij en was
maar één keer direct toen iemand binnen kwam in staat te raden wat het
probleem was. Die uitzondering betrof een man met een bloemkoolneus.
`Mijn eerste indruk bevestigde dat mensen die een schoonheidsoperatie willen er
niet anders uitzien dan de gemiddelde vrouw (of man) en dat sommigen zelfs
beslist aantrekkelijk zijn.' Dat nam niet weg dat alle gegadigden overtuigend
verslag deden van het lijden dat zij doormaakten als gevolg van een bepaald
aspect van hun uiterlijk.
In haar gesprekken met vrouwen kwam Kathy Davis steeds meer tot de
conclusie dat kosmetische chirurgie weinig te maken heeft met schoonheid,
maar des te meer met het verlangen `gewoon' te zijn en `erbij te horen'. Haar
gesprekspartners gaven zelfs af op vrouwen die onder het mes gaan omdat ze
zo nodig mooi willen zijn. Dat zouden zij nooit doen.
Nee, bij hen gaat het om dat ene lichaamsdeel dat `walgelijk' of `monsterlijk' is
en dat `er gewoon niet bij hoort'. En om dat stukje van zichzelf wel `normaal'
te maken, zijn de vrouwen bereid tot pijnlijke operaties met langdurige
herstelperiodes waarbij soms lang niet altijd zeker is of het resultaat wel
naar wens zal zijn.
Een categorie operaties waarbij dat laatste vooral speelt, is die van de
borstvergroting. De kans dat zich daarbij neveneffecten voordoen wordt
geschat op dertig tot vijftig procent. Een ernstig probleem is dat van de
inkapseling: het lichaam reageert op de aanwezigheid van het vreemde
implantaat door het in te sluiten in bindweefsel. Het implantaat krijgt de
vorm van een deurknop, wordt keihard, veroorzaakt pijn en moet vaak weer
worden verwijderd. Ook kan het omhulsel van een implantaat breken of
kunnen er geleidelijk siliconen weg lekken naar het lichaam.
Kathy Davis sprak met vijftig vrouwen die een borstvergroting
ondergingen. De ondervraagde vrouwen waren voor het merendeel tevreden
met het resultaat van hun operatie, hoewel bijna alle vrouwen klachten
hadden. Bij sommigen waren de tepels gevoelloos, bij anderen verschoven de
implantaten bij activiteiten als hardlopen of aerobics.
Opmerkelijk is dat zelfs de vrouwen bij wie de operatie niet goed geslaagd was,
achteraf toch blij waren dat ze die hadden laten uitvoeren. Zoals Betty
bij wie één borst ontstoken raakte, het implantaat werd verwijderd
en vervangen en toen nog niet goed zat. `Eén goede borst is beter
dan niets.' Volgens Davis komt dit, omdat veel van deze vrouwen het gevoel
hadden dat ze door zich te laten opereren vaak voor het eerst in hun leven
`zelfstandig en voor zichzelf' hadden gehandeld.
De psychologe deelt het feministisch standpunt dat er van de cultuur
dwang uitgaat er `vrouwelijk' uit te zien, maar meent anders dan degenen die
zij verwijt `politiek correct' te zijn, dat vrouwen zich niet aan die dwang
kunnen onttrekken. Proberen te houden van jezelf, jezelf accepteren zoals je
bent, samen zoeken naar andere normen die minder traditioneel zijn, ziet zij
niet als oplossing.
`Feministische visioenen van een toekomst zonder kosmetische
chirurgie kunnen troost bieden, maar ze kunnen ook de minder spectaculaire
vormen van verzet, aanpassing of discursief doorzicht, die een
integrerend onderdeel vormen van elke sociale praktijk, aan het oog onttrekken,'
stelt Davis. Hierbij weegt voor haar het zwaarst dat de vrouwen die
zich laten opereren dit doen door bewust te kiezen in een situatie die voor
hen op dat moment pijnlijk is in een streven zelf greep op hun leven te
krijgen.
De tweede schepping is een boek dat onrustig maakt. Dat komt door de vaak
trieste verhalen van vrouwen die op een bepaald punt in hun leven geen
andere oplossing zien dan het ondergaan van een schoonheidsoperatie. Maar
het komt vooral omdat de lezer telkens aan het twijfelen wordt gebracht.
Nu eens denk je, dat het idioot is dat een 17-jarige (!) vrouw die vindt dat ze te
kleine borsten heeft zich wil laten opereren en dat het onverantwoord is dat
een arts daaraan meewerkt. Dan weer sta je verbaasd over de pijn die een
ogenschijnlijk verstandige vrouw bereid is te lijden in een poging zich als ze
midden dertig is eindelijk `gewoon' te voelen; die vrouw moet toch wel weten
wat ze doet.
Het meest treurig is echter Davis' conclusie dat vrouwen in onze cultuur niet
kunnen ontkomen aan de behoefte vrouwelijk te zijn, zelfs als zij zich
realiseren dat die behoefte onderdrukkend is. Misschien heeft ze gelijk. Maar
op het gevaar af voor `politiek correct' te worden uitgemaakt, zou ik er toch
voor willen pleiten ons collectief tegen die dwang te verzetten.
|