spacer
Over mezelf

De meisjesziel in de jaren zestig en John en Paul uit Liverpool


Artikelen de Volkskrant

Email

Webdesign
  Jeanne Doomen
Marion Schiphorst

Je hele slaapkamermuur beplakken met fotos van de Beatles. Stoelen opzij en op My baby does the hanky panky proberen net zo te dansen als de in het televisieprogramma Shindig in kooien geplaatste go-go-danseressen. Plateauzolen, minirokken, hot pants. Dertig jaar later nog steeds de tekst uit je hoofd kennen van Leader of the pack en Will you love me tomorrow. Er zullen weinig vrouwen zijn die niet met enige gêne terugdenken aan de meisjes die ze waren in de jaren zestig.

Die gêne delen zij met de Amerikaanse Susan J. Douglas. Maar omdat Douglas Professor of Media and American Studies is aan een hogeschool in Massachusetts, kon zij de tijd nemen om op een deskundige manier terug te gaan in de tijd en te analyseren hoe wij aan die ongemakkelijke gevoelens komen en in hoeverre ze terecht zijn. Where the girls are is de neerslag van haar onderzoek.

Meisjes die opgroeiden in de jaren zestig kregen een aantal tegenstrijdige boodschappen te verwerken waardoor ze niet wisten waar ze aan toe waren: ze maakten deel uit van een generatie waarvoor alles mogelijk was, maar tegelijk konden ze niet verwachten dat hun leven er wezenlijk anders zou uitzien dan dat van hun moeder. Dus moesten ze wel een goede opleiding volgen, maar die ook weer niet al te serieus nemen, want meisjes trouwen toch. Ze moesten wel laten merken dat ze vrijen leuk vonden, maar ze mochten weer niet 'te ver' gaan, want dan waren ze een afgelikte boterham en wou geen man ze meer hebben.

Volgens Susan Douglas verklaren deze tegenstrijdige gevoelens het succes van meisjesgroepen als de Shirelles, de Ronnettes, de Shangri-Las en Martha and the Vandellas: ze gaven vorm aan alles wat het jonge meisjeshart verwarde. En juist omdat deze muziek door groepen werd gezongen, werd tegelijk benadrukt dat het belangrijk was dat meisjes samen praatten over wat hun bezig hield. Zie daar de voorloper van de vrouwenpraatgroepen van de jaren zeventig. Dat is toch leuk gevonden.

Nog zon vondst. Verkeert u in de veronderstelling dat Beatlemania een stomme bedoening was? Fout. De meisjesobsessie met de jongens uit Liverpool was de aanzet tot een sociale revolutie. Met de komst van de Beatles verzamelden meisjes zich in het openbaar, wachtend op tickets, wachtend op de aanvang van een concert, wachtend om een glimp van de Beatles op te vangen. Ze hadden dus een gemeenschappelijk doel. Aan conventies hadden ze lak, de meiden die er niet voor terugdeinsden keihard 'I love you' te gillen, de Beatles op straat achterna te rennen en zelfs in het openbaar flauw te vallen. Geen wonder dat ze zich een paar jaar later even onbeschaamd konden verenigen in de vrouwenbeweging.

In Where the girls are beperkt Susan Douglas zich niet tot de popmuziek. Ze laat ook haar licht schijnen over televisieprogrammas en hun veronderstelde dubbele bodems. Dat Father knows best niet veel soeps kan zijn doet de titel al vermoeden. Het onlangs ook in Nederland herhaalde Bewitched scoort beter omdat de heks Samantha doet wat ze wil en samen met haar moeder (eveneens heks) het gesputter van haar wat slappe echtgenoot meestal negeert.

Charlies Angels blijkt een (voor mij) onvermoede feministische boodschap te hebben gehad, aangezien de drie beeldschone heldinnen vrouwen in nood redden (vrouwensolidariteit!) en er geen probleem mee hebben afschuwelijke, sadistische mannen gevangen te nemen en soms te doden. Op Cagney and Lacey valt niet veel aan te merken, al is het wel jammer dat uitgerekend de ongetrouwde, kinderloze van de twee aan de drank is, terwijl de ander, moeder van drie vaak knap lastige kinderen, daar volgens Douglas toch heel wat meer reden voor heeft. En dan waren er nog Dallas en Dynasty. Absurde, antifeministische melodramas waarin vrouwen de meest karikaturale rollen werden toebedacht en waar we als feministen dus ontzettend tegen zouden moeten zijn, maar waar we collectief aan verslingerd raakten.

Dat is volgens Douglas meteen de kern van onze relatie met de massamedia. De massamedia balanceren zelf tussen feminisme en antifeminisme. Daarom brengen ze ons nu eens Baywatch met de onderliggende boodschap dat het goed mis met je is als je niet de borsten en billen hebt van de Pamela om de verwerving van wier foto mannen abris schijnen te slopen. Maar ze bieden ons ook Murphy Brown, Roseanne en Sisters. Uiteraard niet omdat ze stiekem toch van ons houden, maar omdat we koopkrachtige consumenten zijn. Intussen laten ze wel conflicterende boodschappen op ons los en zijn ze er mede de oorzaak van dat de meeste vrouwen nu nog steeds niet weten wie ze eigenlijk zijn en waar ze voor moeten staan in het leven.

Dat neemt niet weg dat dit boek verplichte lectuur is voor wie vroeger hevige discussies heeft gehad over of John of Paul de leukste Beatle was (John, vond ik), uren van haar tienerleven heeft verspild met treuren om haar uiterlijk, nooit een aflevering heeft gemist van Peyton Place en daarna nog veelvuldig troost heeft gezocht bij Dory Previn, Janis Ian en Joni Mitchell. Where the girls are werpt misschien niet steeds een overtuigend nieuw licht op hoe de maatschappij in elkaar zit, maar het biedt een hoop inzicht in de ziel van het tienermeisje in de jaren zestig. De inmiddels volwassen geworden lezeres zal daarom moeilijk de drang kunnen weerstaan grijs gedraaide platen als It's my party (and I'll cry if I want to) uit de kast te vissen en daarbij met meer genegenheid dan voor de lezing van dit boek terug denken aan het kind dat ze ooit was.

JEANNE DOOMEN

naar begin Susan J. Douglas: Where the Girls Are - Growing up Female with the Mass Media.
Penguin Books, import Penguin Books Netherlands; f 33,25.
ISBN 0 14 0242295.

Copyright © Jeanne Doomen.
Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden
voor persoonlijk gebruik.