'Ja, er waren dingen bij die echt heel erg waren. De eerste keer dat ik samen ben gaan wandelen, zei ze: "o, je wordt straks vermoord met een mes, dan word je in de duinen gevonden enzo, dat doen die lui!" De eerste Sinterklaas kreeg ik een banaan met een zwart poppetje en een wit poppetje d'r op, met een mooi gedicht over bloemetjes en dat bepaalde soorten niet kruisen.'
Het proefschrift Gemengde huwelijken, gemengde gevoelens van Dieke Hondius gaat over hoe er in de periode van 1945 tot nu tegen gemengde huwelijken is aangekeken. De historica wilde achterhalen hoe tolerant de samenleving was en wat men vond van het verschijnsel van vermenging. Concreet stelde zij de vraag hoe gemengde paren zich handhaven in een omgeving die op hen let en hoe zij eventuele afwijzing of gebrekkige aanvaarding hanteren.
In de negentiende en de twintigste eeuw dacht men bij een gemengd huwelijk in eerste instantie aan een kerkelijk gemengd huwelijk, en dan vooral aan een huwelijk van een katholiek met een niet-katholiek, of een protestant met een niet- protestant. Dit gemengde huwelijk was een marginaal verschijnsel: huwen binnen de eigen gezindte was de norm.
De omslag kwam in de jaren zestig. Sindsdien kruist tweederde van de bevolking in opinieonderzoeken 'geen bezwaar' aan als de vragensteller wil weten of men een kerkelijk gemengd huwelijk van een eigen kind of broer of zus zou accepteren.
Het etnisch gemengde huwelijk heeft een interessante geschiedenis. Zo werd het tijdens het Hollandse bewind in Indië en de Kaap niet alleen getolereerd, maar zelfs aangemoedigd. Gemengde huwelijken bevorderden de stabiliteit van de kolonie, was de gedachte in 1612. Gouverneur-generaal Brouwer raadde het huwen met Indische vrouwen dan ook sterk aan, omdat Hollandse vrouwen altijd klaagden, niet permanent wilden blijven en veeleisend waren. Wel moesten de Indische vrouwen eerst christelijk worden en kreeg het paar nog een beperking opgelegd: het mocht niet naar Nederland komen.
Tot 1947 was Nederland naar nationaliteit een vrij gesloten land. Maar 1,1 procent - 90.000 mensen - van de totale bevolking had een niet-Nederlandse nationaliteit. Dit veranderde snel. Tussen 1945 en 1964 vestigden zich ruim een kwart miljoen Indische Nederlanders in Nederland. En in 1956 begon men met het werven van gastarbeiders.
Eerst kwamen de Italianen, vanaf 1963 volgden de Spanjaarden en vanaf 1970 voegden zich bij hen de Turken en Marokkanen. Aanvankelijk dacht men dat het ging om een tijdelijk verblijf, maar aan het eind van de jaren zeventig werd duidelijk dat dat niet zo was. De gastarbeiders bleven, lieten gezinnen overkomen of knoopten hier relaties aan.
Verliefdheden, verhoudingen en huwelijken tussen een Nederlandse vrouw en een buitenlandse werknemer werden spoedig gezien als een probleem. Werkgroepen verdiepten zich in probleemgevallen en kwamen op basis daarvan met algemene conclusies: er was een cultureel verschil en Hollandse meisjes moesten zich tien keer bedenken voordat zij met een buitenlandse man in zee gingen.
In Amsterdam reikte de burgerlijke stand in 1965 aan Nederlandse meisjes die met een buitenlander wilden trouwen ongevraagd een brochure uit waarin zij werden gewaarschuwd voor het huwelijk met een Mohammedaan: 'De man is het absolute hoofd van het gezin; hij beslist in alle zaken. Gelijkberechtigdheid tussen man en vrouw is onbekend.'
Toch groeide het aantal gemengde paren gestaag en in de tweede helft van de jaren tachtig veranderde de toon. Een etnisch gemengd huwelijk begon voor bredere lagen van de bevolking tot de mogelijkheden te horen, het werd 'boeiend', 'een uitdaging' en het wekte steeds weer nieuwsgierigheid op.
Dieke Hondius sprak voor haar onderzoek met 88 etnisch gemengde paren en presenteert hen als 'ervaringsdeskundigen'. Hun verhalen zijn leuk om te lezen en vaak ook interessant. Representatief zijn ze niet. Alleen paren die een succes van hun relatie hebben gemaakt zijn geïnterviewd, 'verbroken relaties ‘ - die in deze groep relatief veel voorkomen - komen niet aan de orde.
Een tweede beperking is dat alleen de perceptie van de paren zelf wordt weergegeven: hoe hebben zij de reacties van hun omgeving ervaren. En tenslotte is alleen gesproken met paren die bereid waren te vertellen over hun privé leven en dat zijn meestal degenen bij wie het uiteindelijk toch nog goed is gekomen. Zo kwam Hondius, geeft zij ook zelf toe, tot 'een rooskleurige selectie ‘.
Toch trekt de historica een aantal voorzichtige conclusies. Zo stelt zij vast dat de grensoverschrijdende partnerkeuze ook als de acceptatie moeilijk verliep zelden tot echte confrontaties leidde. Eerder koos men voor vermijdend gedrag en 'passieve' strategieën: aanpassen, zich netjes kleden, je accent verbergen, doen alsof je een negatieve opmerking niet hoort en beamen dat verschil onbelangrijk is.
Interessant is wat de partners verklaarden over de mate waarin zij naar de 'andere' cultuur zijn toegegroeid. Mannen waren hier niet alleen uitgesprokener over, ze vonden het bijvoorbeeld wel 'grappig' dat ze half-Spaans waren geworden. En hun verkenning van de Islam zagen zij als een boeiende, persoonlijke ontdekkingstocht terwijl diezelfde oriëntatie voor Nederlandse vrouwen sterker beladen is met het besef dat ze hiermee een grens overschrijden en dat deze verandering hen wordt verweten.
Dieke Hondius vermoedt dat de vrouw hier in de knel komt omdat de laatste decennia met het gelijkheidsideaal de zelfstandigheid van de vrouw een steeds sterkere norm is geworden: 'Nederlandse vrouwen die de grenzen van hun groep overschrijden bij partnerkeuze worden ervan verdacht die norm te schenden. Hun keuze voor een niet-Nederlandse man wordt gezien als onderdanigheid, aanpassing en zelfverloochening.'
Gemengde huwelijken, gemengde gevoelens biedt een overvloed aan interessant materiaal. Veel, soms zelfs te veel feiten, cijfers, percentages, achtergronden en (mogelijke) verklaringen. Het lijkt alsof de onderzoekster geen steen onopgetild wou laten, geen zijweg onbetreden.
Dat maakt het wat teleurstellend dat het proefschrift eindigt met de voorzichtige conclusie dat wederzijdse terughoudendheid de aanvaarding van vermenging lijkt te bevorderen en dat dit 'zeker meer onderzoek waard is'. Na zoveel grondig voorwerk had je als lezer meer verwacht.
|