


Jeanne Doomen
Marion Schiphorst
|
Wie graag leest hoe je mannen kunt onderscheiden in Echte Mannen, Gevulde Koeken, Drenten, Zijen Sokken, Paperclips en Leuke Jongens, moet rap naar de winkel om de
nieuwste bundel van Yvonne Kroonenberg aan te schaffen. Nog één man om het af te leren zou, zo vertelde de schrijfster onlangs in Ontbijt-TV, wel eens haar laatste verzameling leukigheid kunnen zijn, want Kroonenberg werkt nu aan een echte roman.
Mannen, relaties en sex vormen opnieuw de hoofdthema's van Kroonenberg. Om die
mannen moet ze een beetje lachen. Zoals om hun gewichtigdoenerij met hun penis die ze
nogal eens van een naam plegen te voorzien. 'Ik ben in het verleden aan allerlei penissen
voorgesteld: dit is Jonathan, Keessie, Kleine Bert, meneer Visser.'
Soms volgde op die introducties het gebruik voor niet meer dan één nacht. Toch al een hachelijke onderneming, zo'n kortdurend avontuur waarbij de man 'golven van extase'
hoopt teweeg te brengen met zijn gevoelige vingers. '"Hoe wil je het hebben?" fluistert hij
hartstochtelijk. Wat moet je zeggen zo'n eerste keer? Een beetje langzaam, met een
toenemende druk van de vingers, graag een korte pauze in de zevende minuut? "Doe maar
langzaam," zeg ik meestal, want dan gaat er het minst verkeerd. (..) De volgende dag belt
de vrouw met een vriendin. "Ik ben met Henk naar bed geweest," zegt ze. "En, hoe was
het?" "Knudde".'
Op een enkele 'man met wie ik andere mannen bespreek' na, komen mannen er bij
Yvonne Kroonenberg niet best af. Zelfs aan een 'bijna in alle opzichten ideaal' exemplaar
als Bert (doet het huishouden, praat over zijn gevoelens, lacht - ook in gezelschap - om de
grappen van zijn vriendin) blijkt een niet geringe smet te kleven. In bed is hij namelijk
'een konijn'. 'Zijn vriendin vertelt dat hij drie keer per week even op haar komt liggen,
voortijdig ejaculeert en dan in slaap valt. Andere vrouwen die ook met Bert naar bed zijn
geweest, bevestigen dat, zo verging het hun ook.'
Niet dat de vriendinnen, met wie elk detail van de tijdelijk beminde man wordt besproken
(heren, pas op!) altijd zo aardig zijn. '"Ben je aangekomen?" vraagt je beste vriendin. "Je
rok zit zo raar."'Kroonenberg zal niet ontkennen dat de mannenmaatschappij de vrouwen
onderdrukt. 'Maar vrouwen doen dat op hun eigen manier. En ze kennen de zwakste plek.'
Yvonne Kroonenberg is op haar best als ze dicht bij huis blijft, een onderwerp snel neerzet
en afrondt met een paar anecdotes. 'Ruzie is een vrouwenzaak. Mannen kunnen er niks
van. Als een man kwaad is, gaat hij kankeren, zwijgen of slaan, maar mannen kunnen
niet tegen ruzie.' Dat is een leuk begin. Dit ook: 'Katten zijn net kerels, ze geven het liefst
kopjes aan mensen die niet van ze houden. Voor kattenliefhebbers hebben ze een minachting. Jouw schootje kan altijd nog, schijnen ze te denken.'
Minder sterk zijn haar columns over maatschappelijk relevant geachte onderwerpen. 'Zijn
rechters rechtvaardig? Ooit wankelde mijn vertrouwen toen twee rechters in verschillende
steden een uitspraak moesten doen over het stakingsrecht van de vuilnisman en tot
tegengestelde conclusies kwamen.' Dat is geen begin dat naar meer doet verlangen. Ook
de voornamelijk als sfeertekening bedoelde stukjes vallen tegen. 'Groningen. Hoogveen,
laagveen, strokarton. Jenever, turf en achterdocht, zeggen de mensen. Ik heb altijd
gedacht dat het treurig gesteld was met Groningen.' Wie zich na deze introductie gretig
zet aan twee pagina's over - inderdaad - Groningen, is een doorzetter.
Het zijn overigens alleen de stukken in dit deel van het boek, waarin ook Artis, proefdieren, het weer en roepnamen worden besproken, die voor de liefhebber van Kroonenberg-bestsellers als Alle mannen willen maar één ding en Kan ik hem nog ruilen als een
verrassing zullen komen. De reden is dat ze zijn geput uit de bundel Volmaakte benen die
een tijd lang niet te krijgen is geweest. De andere stukjes blijken, al dan niet een beetje
herschreven, uit die andere twee bundels te komen.
Kan de koper van Nog één man om het af te leren weten dat zij/hij geen nieuwe verzameling aanschaft? Op de omslag heeft de uitgever het niet vermeld. In een inleiding ook niet. Maar het is ook weer niet zo dat het er helemaal niet in staat.
Wie driehonderdtwaalf pagina's met zevenentachtig Kroonenberg-columns heeft gelezen
en ook nog de drie pagina's tellende inhoudsopgave tot zich heeft genomen, treft op de
allerlaatste niet eens meer genummerde bladzijde onder 'Verantwoording' de korte
mededeling aan dat het hier al eerder gebundelde verhalen betreft. Een beetje laat, lijkt
me. En een beetje heel erg onopvallend.
|