spacer
Over mezelf

'Ha, daar hebben we d'r één'


Artikelen de Volkskrant

Email

Webdesign
  Jeanne Doomen
Marion Schiphorst

Makkelijk leesbaar zijn de arresten van de Hoge Raad niet - om het vriendelijk uit te drukken. Wie zo'n arrest moet bestuderen kan zich dan ook gelukkig prijzen wanneer de bijbehorende conclusie (een soort wetenschappelijk schot voor de boeg) is geschreven door advocaat-generaal Jan Leijten.

In Leijtens conclusie vinden we allereerst de aan het arrest ontbrekende, maar voor een goed begrip dringend noodzakelijke korte samenvatting van het voorafgaande: het verhaal. Dan een afweging van de in dit geval spelende voors en tegens, waarbij de lezer wordt meegevoerd langs alle enerzijdsen en anderzijdsen, totdat hij of zij met een op dat moment onontkoombaar lijkende conclusie - inderdaad - wordt geconfronteerd. Eigen twijfels worden door Leijten niet verhuld, kritiek op anderen uit hij onverbloemd.

Geen wonder dat een uitgever zich afvroeg of Leijten niet in staat zou zijn een aardige, toegankelijke bundel met juridische verhalen te schrijven. De verschrikkelijke eenzaamheid van de inbreker heette de bundel die vorig jaar het licht zag; Brullen als een nachtegaal is de opvolger.

Ondanks vele speelse momenten is het eerste boek een degelijk werk met mooie, boze artikelen over de verwerpelijkheid van de doodstraf, de lafheid van de Hoge Raad in oorlogstijd, de hebbelijkheden van rechters en advocaten, en het onvermogen van intellectuelen om de kern van de andere discipline te doorgronden. Plus een pleidooi om de in de rechterlijke macht gebruikelijke carrière van de stijgende lijn, waarin iemand naarmate zij of hij ouder wordt per definitie een betere baan met meer geld en meer macht krijgt, te vervangen voor een 'kromme carrière, met een top rond het vijfenvijftigste jaar.

Brullen als een nachtegaal gaat nog steeds voor een belangrijk deel over het recht. Maar de verhalen zijn minder afgewogen, minder zwaar ook en hebben vaak iets van impressies. Leijten is misschien niet per se milder geworden (dat zou ook wel erg snel zijn gegaan, in een jaar), maar hij legt zich dit keer niet zozeer toe op de analyse van principiële juridische kwesties. In zijn tweede boek verdiept hij zich vooral in de vreemde kanten van het recht en de niet minder opmerkelijke. eigenaardigheden van diens beoefenaren.

Het aardigst zijn de stukken waarin Leijten zichzelf opvoert als een wat onhandige sukkel die - als per definitie sociaal gehandicapt door zijn hoge, ambtelijke baan - tracht te manoeuvreren in de echte wereld. Zoals wanneer hij erachter komt dat de buschauffeur een strip te weinig heeft afgestempeld. 'Je zit in de rechtspraak of niet. Voor ik het goed besef ben ik terug bij de chauffeur: u hebt er maar twee afgestempeld. Toppunt van schijnheiligheid, maar zo word je op den duur in dat vak.

Fraai is ook de beschrijving hoe hij ervan afziet een meter door rood voetgangerslicht te lopen en minutenlang quasi achteloos over een vluchtheuvel blijft drentelen om niet in aanvaring te komen met twee agenten op de stoep. 'Als ze gevoel voor humor hebben gehad, hebben ze waarschijnlijk gedacht (want het speelt zich af in Den Haag, waar alle gerechten vertegenwoordigd zijn): daar heb je weer zon gek uit de rechterlijke macht, die denkt dat wij gek zijn.

En dan die keer dat hij, na te zijn ingestapt in de verkeerde (laatste) bus, met een koffer vol dossiers in het holst van de nacht door een welvarende buitenwijk van Nijmegen loopt en wordt opgemerkt door twee agenten. 'En ik begreep wat zij dachten. Ha, daar hebben we dr een. Het zal hen wat verontrust hebben dat ze, toen ze me aanspraken, merkten dat ze met een zestiger van doen hadden. Die zijn niet erg actief meer in het inbrekersgilde.

'Maar toen ze me vroegen waar ik vandaan kwam (ik had toen al van mijn recht gebruik kunnen maken om niets te zeggen, maar dat leek mij beslist onverstandig), antwoordde ik dat ik van Den Haag kwam, strafkamer Hoge Raad. Je kon zien dat dat de verdenking weer deed oplaaien. (...)

'Ik zag ze elkaar bedenkelijk aankijken. Ze vroegen zelfs niet of ik op basis van vrijwilligheid mijn koffer wilde openen. Ze wilden alleen weten of ik nog ver moest. Ik stelde hen gerust. Het waren jongens van zo'n twee- of drieëntwintig jaar. Als je ouder bent hoef je, heb ik gehoord, 's nachts niet meer in barre buitenwijken te surveilleren. Ik denk dat ze me in de gaten hebben gehouden tot ik thuisgekomen was. Op stap met al die dossiers heb ik toch even de gedachte gehad dat ik een inbreker was die betrapt werd. Het leek er zoveel op en het kon toch niet waar zijn.

Leijten schrijft niet alleen over het recht. Hij houdt van lezen en vertelt enthousiast welke schrijvers hij goed vindt (0rwell, Vidal, Nabokov, Le Carré) en welke geschriften iedereen toch echt zou moeten lezen. Ook schrijft hij korte stukjes van een paar honderd woorden, waarbij de onderwerpen minder belangrijk zijn dan de taal. Hoewel hij zelf opmerkt dat hij niet in staat is te beschrijven wat hij ziet gebeuren, maar daarbij altijd 'sentimenteel of cynisch wordt', staan in beide boeken enkele staaltjes van ontroerend mooie vertelkunst.

In De verschrikkelijke eenzaamheid van de inbreker was dat het verhaal 'Ter Herdenking' over een man die een groot deel van zijn dertigjarig leven in de gevangenis heeft doorgebracht, zonder veel hoop om een korte straf vraagt, door de rechters wordt gematst en sneller dan verwacht wordt vrijgelaten. Om na vijf dagen door kogelschoten aan zijn einde te komen. 'De gedachte overvalt mij, schrijft Leijten, 'dat dit niet gebeurd kon zijn, als wij "strenger" geweest waren. Maar dat is onzin: in de gevangenis was hij al dood. Vijf dagen vrijheid is niet niks voor wie de vrijheid alles is.

In Brullen als een nachtegaal is dat het verhaal over de man door wiens schuld zijn vrouw en kind bij een ongeluk zijn gestorven. Maar vooral het verhaal over de man die op een receptie dronken wordt en door iedereen vol walging wordt bekeken totdat een vrouw zich met hem bemoeit en hem, zoals Leijten het noemt, 'dignity' geeft. Dat verhaal is zo mooi dat het zonde zou zijn het hier te gaan navertellen. Dat moet iedereen zelf lezen.

JEANNE DOOMEN

naar begin Jan Leijten: Brullen als een nachtegaal - Het recht moet zijn verhaal hebben.
Balans; f 27,50.
ISBN 9050182178.

Copyright © Jeanne Doomen.
Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden
voor persoonlijk gebruik.