spacer
Over mezelf

Op zoek naar de oplossing van het raadsel man


Artikelen de Volkskrant

Email

Webdesign
  Jeanne Doomen
Marion Schiphorst

Mannen hebben een probleem en mannen zijn een probleem. Het heeft iets te maken met hun opvoeding en met de cultuur dus je kunt het ze niet individueel voor honderd procent aanrekenen, maar lastig is het wel.

In De eerste sekse, een bundel artikelen die is samengesteld door Anja Meulenbelt, proberen auteurs uit verschillende disciplines het raadsel man te ontcijferen. Ze zoeken naar verklaringen en naar oplossingen. Sommige van de auteurs zijn vrouwen. 'Uit eigenbelang' verklaart Meulenbelt in haar inleiding, wil zij 'de discussie over mannen en mannelijkheid niet alleen aan mannen overlaten'.

De eerste sekse is doortrokken van de gedachte dat mannen het goed bedoelen. Ze zijn alleen de weg kwijt. Mannen willen niets liever dan de moderne, geëmancipeerde vrouw plezieren. Ze weten alleen niet hoe. Wat wil die vrouw bijvoorbeeld in bed? Een beest van een macho of een charmante attente minnaar? En buiten bed: is ze wel zo dol op die mannen die niet uit de keuken en de kinderkamer zijn weg te slaan?

Meulenbelt en de meeste van de door haar geïnviteerde auteurs zijn adepten van Nancy Chodorow. Diens uitgangspunt is dat jongens worden opgevoed door een vrouw in relatieve afwezigheid (emotioneel of lijfelijk) van een man. Dat maakt dat jongens om een man te worden moeten breken met hun eerste identificatiefiguur en dat zij mannelijkheid, bij gebrek aan emotioneel nabije mannelijke hechtingsfiguur, definiëren als niet-vrouwelijk.

Moeders stimuleren hen daarin. Tussen de derde en zesde maand tuttelen ze nog leuk met hun dochter maar gaan ze met hun zoon over op afstand scheppend gedrag: ze gooien een bal weg, draaien het kind met zijn gezicht daar naar toe en zorgen dat hij zich van hen verwijdert. De norm om jongens zo vroeg mogelijk nabijheidszoekend gedrag af te wennen, waarschuwt Louis Tavecchio, kan bij een deel van hen leiden tot zogenaamd mannelijke, agressieve gedragingen.

Hoewel vrijwel alle mannen een probleem zijn respectievelijk hebben, moeten we ons bewust zijn dat tussen mannen onderling grote verschillen bestaan. 'De' man waartegen wij ons in de hoogtijdagen van het feminisme zo graag afzetten, bestaat niet.

Je hebt klassenverschillen. Mannen uit de lagere klassen neigen, aldus de sociologe Karen D. Pyke, tot meer extreme vormen van mannelijk gedrag omdat hun gevoel van eigenwaarde wordt ondermijnd door hun ondergeschiktheid aan mannen met een hogere status. Ze hebben hun huwelijk ook extra nodig om hun gevoel van superioriteit te versterken. Desnoods met geweld.

Mannen uit de hogere klassen camoufleren hun macht beter. Het wordt ze door hun vrouw ook gemakkelijk gemaakt aangezien iedereen weet dat niets gaat boven zijn carrière. De tijd die een 'gewone' man doorbrengt drinkend met zijn vrienden of sleutelend aan auto's, ziet hun vrouw als egocentrische ontspanning. Maar als mannen uit de hogere klasse gaan drinken met andere mannen, associëren hun partners dat met 'werken' en 'vooruitkomen'. Deze uiteenlopende interpretaties bepalen de wrok of juist de aanvaarding van de vrouwen.

Stephan W. Cremer onderzocht of de nieuwe generatie het beter doet. Hij stelt vast dat de jonge minnaars (15-18 jaar) van nu het belangrijk vinden dat een meisje plezier beleeft aan seks. Ze zien het ook als hun taak daarvoor te zorgen. Makkelijk hebben ze het daarbij niet.

'Je weet niet of een meisje een orgasme heeft,' vertelt Marco. 'Maar daar gaat het ook helemaal niet om vind ik. Zolang het meisje maar niet heel erg ontevreden is.' En Willem: 'Ja nou, ze had het naar d'r zin, ze hijgt wel redelijk, nou niet echt superhard of zo, maar goed, wel allemaal heel lekker.' En op de vraag van de interviewer hoe hij erachter komt wat zijn vriendin lekker vindt, antwoordt Frank: 'Gewoon steeds verder gaan, dan zie je wel hoe ze reageert'.

Bram Stolk sprak met mannen die door hun vrouw waren verlaten. Het waren mannen die leefden met een huwelijksideaal dat hij kenmerkt als 'harmonieuze ongelijkheid': 'Ergens blijft de man de baas en ergens wil een vrouw dat ook niet anders'. De mannen zagen de ruzies met hun vrouw niet als tekenen van diepe onvrede maar deden ze af als incidenten. Ze waren meestal stomverbaasd als hun vrouw echt haar koffers pakte en hielden ook dan lang de overtuiging dat ze wel met hangende pootjes zou terugkomen. Zelf veranderen deden ze niet snel.

Wat er eigenlijk mis is, meent cultureel antropoloog Dirck van Bekkum, is dat mannen in onze cultuur niet zoals in allerlei stammen volwassen worden in een peer group. Hij noemt het daarom 'een ernstige ontwikkeling dat tegenwoordig nieuwe ontdekkingen van adolescenten in kleding, muziek, taal en gedrag direct worden gecommercialiseerd en daarmee gecorrumpeerd. Juist wat ze nodig hebben om zich te onderscheiden van andere maatschappen en van ouderen wordt hun weer afgepakt'.

Anna Hinze en Marjet Sanders constateren dat mannen als partners hun gevoelens onderdrukken en niet hun kwetsbare kant kunnen tonen. Dan komen ze met een interessante nieuwe visie op de man. Ze stellen voor dat we anders gaan aankijken tegen wat hij wel doet, want 'zolang we het verrichten van reparaties in huis en vooral het verdienen van de kost niet als zorgtaken zien, blijft het beeld bestaan dat mannen uitsluitend prettige dingen doen. Dit doet afbreuk aan de mannelijke wijze van inzet voor het gezin en de groep en werkt polarisatie in de hand'.

De eerste sekse is een mengeling van zorglijke informatie en grenzeloos optimisme. Met name de onderzoeken (naar de verlaten mannen, naar de daders van seksueel kindermisbruik) stemmen weinig hoopvol. Tegelijk doen de meeste auteurs reuze hun best de positieve kanten van mannen, man zijn en de maatschappelijke veranderingen die mogelijk zijn te benadrukken. Het geheel ademt een sfeer van lief zijn voor elkaar en samen de schouders eronder.

'Voor mij is duidelijk dat we toe zijn aan een herziening van het oude dader- versus slachtofferdenken, en dit zonder de ervaring van het slachtoffer zijn te ontkennen en zonder de dader vrij te pleiten van zijn verantwoordelijkheid,' schrijft Anja Meulenbelt. En: 'Kunnen we het smalle pad bewandelen tussen eerherstel van wat positief is aan de traditionele vormen van mannelijkheid aan de ene kant, en tegelijk mannen helpen om in het reine te komen met wat er moet veranderen?'

De schrijfster geeft zelf een toch wat zuinig antwoord op haar vraag: 'Het zal nog moeten blijken'.
Deze bundel is bedoeld als aanzet en als zodanig geslaagd.

JEANNE DOOMEN

naar begin Anja Meulenbelt e.a.: De eerste sekse, Meningen over mannelijkheid;
Serie: gender/psychologie/hulpverlening;
Van Gennep Amsterdam; 294 blz.; f 39,90;
ISBN 90-5515-172-6.

Copyright © Jeanne Doomen.
Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden
voor persoonlijk gebruik.