|
Elizabeth Perle McKenna maakt twintig jaar carrière bij grote uitgeverijen wanneer zij
zich realiseert dat werken haar niet biedt wat zij ervan verwacht had. Er ontbreekt iets. Er
moet meer zijn. Zodat zij van de ene dag op de andere ontslag neemt en voor haar kind
gaat zorgen. Waarna zij bedenkt dat in haar eigen verhaal wel eens een heel aardig boek
zou kunnen zitten en zij aan het interviewen en schrijven slaat.
Als werk niet meer werkt gaat over goed opgeleide, succesvolle vrouwen die rond
hun veertigste het gevoel krijgen dat ze op de verkeerde weg zijn. Ze vragen zich af of het
beslag dat het werk op ze legt, zowel qua uren als qua intensiteit, wel wordt
gecompenseerd door het hoge salaris. Ze maken zich zorgen over hun relatie, willen met
spoed alsnog kinderen of als ze die al hebben er beter voor gaan zorgen.
'Het idee dat ik moest slagen is mij met de paplepel ingegoten, en dat maakte mij
een vrouw van mijn tijd', schrijft Elizabeth McKenna. Zij groeide op met de gedachte dat
zij net zoveel succes zou hebben als haar vader en intussen ook nog voor een gezin zou
zorgen zoals haar moeder. Dat gezin was daarbij een gegeven, geen doel.
McKenna heeft inderdaad succes, maar er gaat iets knagen. 'De meesten van ons
houden van ons werk en geen van ons wil het recht op dat werk opgeven. Maar we houden
niet van de manier waarop de zaken worden gedaan. Het kleingeestige gemarchandeer en
de onredelijke hoeveelheid werk gaat ons meer en meer tegenstaan. We zijn het zat steeds
harder te moeten werken terwijl we er steeds minder bevrediging in vinden. We willen
menselijker werken, met meer respect, erkenning en flexibiliteit'.
En als dat niet lukt, nou, dan stap je op. Dat deed McKenna tenminste. En toen
ontdekte zij dat als je het hebben van een carrière steeds als de kern van je identiteit hebt
beschouwd, het moeilijk wordt jezelf de moeite waard te vinden zonder die carrière. Jezelf
zien als 'de bekende, goed betaalde uitgeefster' schenkt voldoening. Maar hoe moet je
jezelf zien als je thuis zit, alleen maar moeder bent voor je kind en met het geld dat je man
verdient de boodschappen doet?
Dat geld is een punt apart. McKenna adviseert haar lezers goed bij zichzelf te
rade te gaan of ze het geld dat ze verdienen wel echt nodig hebben. 'De meesten van ons
leven en werken niet om in onze eerste levensbehoeften te voorzien, maar om een bepaalde
levensstijl te handhaven', meent de schrijfster. En we kunnen ook gelukkig zijn met een
minder mooie auto.
Elizabeth McKenna sprak met tweehonderd vrouwen. Zij registreerde hun
onvrede en hun verlangen naar een leven dat meer bevrediging schonk. Maar veranderen
kan volgens de schrijfster alleen als we onze definitie van succes uitbreiden tot wat
vrouwenwerk wordt genoemd: vrijwilligerswerk, het huishouden doen, relaties
onderhouden.
Concreet stelt McKenna de ontevreden carrièrevrouw voor eerst maar eens
achttien maanden onbetaald verlof te nemen 'om met je kind te zijn'. Daarna zou ze
bijvoorbeeld een eigen bedrijf kunnen beginnen en als ze daar ook weer succes mee zou
hebben (ach ja, waarom niet?) zou ze mensen in dienst kunnen nemen die ze heel goed
gaat behandelen met veel duobanen en flexibele werktijden en natuurlijk een crèche.
Hoewel de schrijfster in de inleiding de mogelijkheid openlaat dat vrouwen in
hun leven meer manieren hebben om zichzelf te verwerkelijken dan het krijgen van baby's
(ze noemt bergbeklimmen), verdwijnt die optie direct daarna uit het zicht. Een zinvol
leven is een leven met kinderen. En als je die hebt, heb je - als je vrouw bent - meteen een
geaccepteerd excuus om er een tijdje uit te stappen. Want wie begrijpt niet dat je ten volle
van je kroost wilt genieten? Arme mannen, van wie die smoes niet zo makkelijk wordt
geaccepteerd.
En dat geld - is dat voor werkende vrouwen echt alleen een leuk extraatje dat je
in staat stelt dure vakanties te bekostigen? Helemaal op het eind van haar boek vraagt
McKenna zich twee pagina's lang af of haar verhaal wellicht alleen opgaat voor vrouwen
uit haar eigen milieu. Ze vindt Gloria Steinem bereid te zeggen 'dat het volgens haar
helemaal geen klassengebonden onderwerp is - ze hoort dezelfde zorgen bij
fabrieksarbeidsters en bijstandsmoeders die net uit de bijstand zijn'. En ook Susan Faludi
laat zich citeren met de observatie dat iedere vrouw 'of ze nu receptioniste of secretaresse
is' haar werk belangrijk vindt. 'Het gaat niet alleen om je loonstrookje'. Dat zal zeker waar
zijn, maar dat brengt de receptionistes en secretaresses nog niet in de luxe positie om als
het tegen zit boos hun baan op te zeggen om vervolgens een boek te schrijven of een eigen
bedrijf te beginnen.
Elizabeth Perle McKenna gaat in haar boek wel erg uit van haar eigen leven en
dat van haar vriendinnen. Niet elke vrouw van haar generatie had een succesvolle vader
die haar grote voorbeeld was. Sommige vaders zaten gewoon op kantoor of werkten in de
fabriek. En niet elke vrouw kreeg een goed opleiding, had de capaciteiten om een
schitterende carrière te maken en sloeg ook nog een geslaagde, rijke man aan de haak.
'Mijn echtgenoot heeft een hoog inkomen', merkt McKenna ergens terloops op.
Om daar aan toe te voegen dat zij weliswaar twintig jaar voor zichzelf heeft gezorgd, maar
dat toch altijd 'ergens in mijn achterhoofd, weggeborgen in de donkerste hersenplooien
het geruststellende besef lag dat er ooit op een dag op de een of andere manier voor mij
gezorgd zou worden'.
Dat verklaart een hoop.
|