


Jeanne Doomen
Marion Schiphorst
|
Er zijn maar weinig boeken waarvan je kunt zeggen dat ze je leven hebben veranderd. Boeken die je een andere kijk hebben gegeven op de wereld en die je hebben aangezet tot ander gedrag. Het feminisme kent er een aantal. Germaine Greers The Female Eunuch bijvoorbeeld, Erica Jongs Fear of Flying, Kate Milletts Sexual Politics. En The Women's Room van Marilyn French en Sisterhood is Powerful van Robin Morgan.
Acht schrijfsters van het begin van de tweede feministische golf (Greer deed niet mee) werden door de Australische journaliste Susan Mitchell ondervraagd over hun leven en hun werk. Van de jonge garde nodigde zij Naomi Wolf en Susan Faludi uit voor een gesprek. De titel van haar boek 'Na het lezen van uw boek, heb ik mijn man verlaten', een uitlating van een vrouw tegenover Marilyn French, moet exemplarisch zijn voor de bundel.
Een vast onderwerp in de gesprekken is de verhouding met de moeder. Phyllis Chesler legt uit waarom die voor veel vrouwen zo problematisch is: 'Ik schreef in Women and Madness dat we in de huidige wereld in wezen allemaal moederloos zijn. Als je nagaat welk soort moederschap een krachtige persoonlijkheid creëert, dan hebben maar weinig vrouwen dat gehad. (...) Sommigen zeggen: "Mijn moeder hield echt van me" of "ze heeft zo goed mogelijk haar best gedaan" of "ze was niet wreed" of "ze was niet sadistisch". Dat is wel belangrijk, maar het is niet hetzelfde als wanneer je zegt: "Mijn moeder was, op zichzelf, een sterke persoonlijkheid die mij het recht daarop heeft nagelaten".'
De meeste geïnterviewden vertellen uitvoerig over hun liefdesrelaties. Gloria Steinem ('er was altijd een man in mijn leven') noemt zichzelf 'de laatste niet-lesbische, niet biseksuele mens in de westerse wereld'. Ze zou gelijk kunnen hebben, als je afgaat op de interviews met deze (oudere) feministen. Kate Millett was altijd al lesbisch, Chesler had op haar drieënveertigste 'genoeg van mannen'. Robin Morgan en Marilyn French werden toen ze over de vijftig waren voor het eerst verliefd op een vrouw.
Voor Morgan 'viel alles toen op zijn plaats', French ontdekte tot haar ongenoegen dat zij 'van een vrouw gezeik pikte dat ik van een man nooit zou accepteren'. Zij kwam tot de conclusie dat als je toch een man neemt, het nog niet zo gek is er een te nemen die je 'in toom kunt houden' als alternatief voor 'een huwelijk met een man die jou zou beheersen'.
Alle auteurs nemen hun werk zeer serieus. Chesler ('ik schrijf voor de eeuwigheid') zegt over haar eerste boek: 'Ik zou het sowieso geschreven hebben en het zelf op de hoek van de straat hebben uitgedeeld of mensen hebben betaald om het te lezen. Ik had gewoon een buitensporig verheven missiegevoel. Ik wist dat ik dit boek moest maken.' Ook Morgan 'wil een blijvend oeuvre achterlaten'.
Kate Millett noemt het succes van haar Sexual Politics een kwestie van het juiste moment. 'We hadden nog maar net een beweging op gang gebracht en we hadden een boek nodig.' Zij verwezenlijkte haar droom van een kunstkolonie voor vrouwen, waar vrouwelijke kunstenaars in de zomer op een boerderij aan hun kunst kunnen werken. 'Dit hier is het feminisme. Ik breng het dagelijks in de praktijk.'
Alle auteurs gaan ook dóór. Met schrijven en met vechten voor een betere wereld. Robin Morgan verwoordt het mooist waarom: 'Als me gevraagd wordt: "Hoe komt het dat je niet milder bent geworden?" weet ik niet wat ik moet zeggen. Het enige wat ik kan bedenken is: "Heb ik iets gemist? Hebben we gewonnen? zijn vrouwen overal veilig, verdienen ze allemaal veel geld, worden we niet verkracht, is er wereldvrede, is het milieu niet in gevaar?" In mijn ogen zijn dat allemaal feministische kwesties en ik zie ze nog niet ophouden.'
Twee 'jonge' auteurs kregen een plaats in het boek. Naomi Wolf, de schrijfster van The Beauty Myth, vertelt nog eens hoe ze in de jaren zeventig is opgegroeid in San Francisco (het hele verhaal schreef ze ook al op in Promiscuities). De andere jonge feministe is Susan Faludi, de auteur van Backlash, die zich verzet tegen de gedachte dat het feminisme geluk zou moeten garanderen. 'Het is er om je politiek bewustzijn en je innerlijk leven te verrijken, waarbij je zelf uitmaakt of je dat leven gelukkig of ongelukkig doorbrengt.'
Faludi slaagt er als enige niet in de interviewster voor zich in te nemen; zelfs over Betty Friedan die Mitchell alleen tussen afspraken door in een taxi gehaast te woord staat, concludeert de journaliste nog zwakjes dat je 'wel bewondering moest hebben voor de energie van deze vrouw'.
De weerzin tegen Faludi zou wel eens kunnen worden veroorzaakt doordat haar feministische visie geen ruimte laat voor de heldenverering die de kern van Mitchells boek is. De oorspronkelijke, Engelse, titel Icons, saints and divas noopt de interviewster namelijk om telkens te melden in welke categorie ze een schrijfster plaatst. Vaak tot verbazing van de geïnterviewden zelf. Gloria Steinem een heilige? Als het aan Steinem ligt niet: 'Heiligen zijn door de bank genomen vrouwen die er niet in geslaagd zijn het patriarchaat aan te vechten, zoals moeder Teresa. Zo zijn ze heiligen geworden.'
Susan Mitchell gaf haar gesprekspartners (behalve de al genoemde ook nog de auteur van The Color Purple, Alice Walker) bewust alle ruimte. Prediken mocht, uitgebreid vertellen over eigen persoonlijke ervaringen ook. Of die laatste verhalen je interesseren is sterk afhankelijk van je eigen nieuwsgierigheid naar de heldin.
De meeste interviews zijn boeiend, en dat komt vooral door de niet-aflatende gedrevenheid van de schrijfsters. Daarom nog een keer Morgan: 'Niemand is ooit een ex-feminist, is je dat opgevallen? Er zijn mensen die zich tot hun laatste snik hebben verzet, maar niemand zegt ooit: "Nou, ik was een feminist, maar dat was voor ik erachter kwam dat het echt heerlijk is om door mijn man mishandeld te worden". Dat komt doordat vrijheid besmettelijk is.'
Gelijk heeft ze.
|