spacer
Over mezelf

Vrouwen veroveren de computer


Artikelen de Volkskrant

Email

Webdesign
  Jeanne Doomen
Marion Schiphorst

Vrouwen en computers hebben iets gemeen. Beiden zijn lang beschouwd als onderworpen aan mannen en voornamelijk geschikt als gebruiksvoorwerp en instrument. En beiden zijn erin geslaagd zich aan de mannelijke heerschappij te ontworstelen en kunnen binnen afzienbare tijd zeer wel zonder mannen leven. Misschien wel samen.

Nullen en enen van de Engelse wetenschapster Sadie Plant heeft als ondertitel De ondergang van het patriarchaat maar is in feite een verslag van de verwevenheid van vrouwen met computers. In zestig korte fragmenten, soms essays, soms associatieve hersenspinsels, wil Plant de lezer op een andere manier tegen technologie doen aankijken. En eist zij een belangrijke plaats voor vrouwen in die wereld op.

Centrale figuur in het boek is Ada Lovelace die in 1833 als eerste op hoog niveau ging nadenken over programmeren. Zij maakte kennis met de door Charles Babbage ontworpen Differentiemachine (een rekenmachine) en was daarna niet meer te houden. Ada dacht verder, bedacht meer en anders en had alleen de pech dat haar omgeving nog niet aan haar concepten toe was. Citaten van en over Ada staan door de hele tekst verspreid.

Sadie Plant gaat ver als zij de vrouw met de computer wil verbinden. Zo wijst zij erop dat toen computers nog gigantische systemen waren, vrouwen degenen waren die ze aanzetten. En dat toen computers veranderden in verkleinde circuits van siliciumchips, het vrouwen waren die ze monteerden. Ik weet niet of je hier nou erg trots op moet zijn.

Interessanter is wat Plant vertelt over de veranderingen op de kantoren in het begin van de twintigste eeuw. Toen de schrijfmachines, de ponskaartmachines en de stencilmachines verschenen, namen vrouwen in toenemende mate de plaats in van het mannelijk kantoorpersoneel.
Voeg daarbij de telefooncentrales, bevrouwd door duizenden telefonistes die stekkers in contacten steken, schakelaars omzetten, telkens dezelfde standaardzinnetjes zeggen, dezelfde antwoorden herhalen, misschien wel tweehonderd, driehonderd keer per uur. Zonder hen was er geen communicatie. Ze waren 'als een interface genesteld tussen de mens en de wereld'.

Moeten we daar dan trots op zijn? Ik weet het niet. Maar wat wel opmerkelijk is, is dat deze typende vrouwen en stekkertjes verwisselende telefonistes intussen niet te onderschatten informele netwerken aangingen. En mannen moeten oppassen wanneer de communicatiemiddelen onderling gaan communiceren. Nog een relevante ontwikkeling: het belang van spierkracht en de hormonale energie die ooit economisch zo lonend waren, is door de introductie van nieuwe apparaten sterk afgenomen. In hun plaats is de vraag gekomen naar snelheid, flexibiliteit, en overdraagbare sociale en communicatieve vaardigheden. En daarin zijn vrouwen beter. Juist omdat ze altijd zoveel taken tegelijk moesten vervullen.

En toen kwam internet en nu wordt Plant echt lyrisch: 'Cyberspace is ontstaan als een onstoffelijk gebied, wilder dan het wildste westen, sneller dan de snelste raket, seksier dan seks en spannender dan wandelen op de maan. (..) Cyberspace presenteerde zichzelf als het hoogste niveau van een spel, dat altijd vastbesloten was geweest het heft in handen te nemen, een toevluchtsoord dat zijn gebruikers graag verwelkomde in een veilige, computergestuurde wereld waarin ze eindelijk zo vrij konden zijn als in hun allermooiste fantasieën'.

Op internet kan alles. Doordat hem of haar een onbeperkt aantal gebruikersnamen ter beschikking staan, kan een enkel individu op het net een bevolkingsexplosie worden: tal van seksen, tal van soorten. Er is geen hiërarchie, geen structuur. Sites en homepages komen en gaan, veranderen voortdurend, verwijzen naar weer andere plekken op het net die weer nieuwe richtingaanwijzers bieden.

Virtuele gemeenschappen (mailinglists, nieuwsgroepen, chatplaatsen) lijden een bloeiend bestaan. In een enkele weken geleden gehouden lezing (te vinden op http://www.webgrrls.nl/vereniging/opinie/vc_lezing.html) analyseert Marianne van den Boomen wat die gemeenschappen voor hun 'leden' betekenen. Eigenlijk concludeert zij, doen mensen daar niet zoveel anders dan IRL (= in real life): ze werken er, ze leren er, ze spelen, maken ruzie en worden verliefd.

Maar hier worden mensen beoordeeld op wat en hoe ze schrijven en niet op hoe zij eruit zien, hoe oud ze zijn, welke positie ze in de maatschappij bekleden of andere uiterlijkheden. In cyberspace ben je wie je werkelijk bent - althans zoals je je naar anderen wilt manifesteren. Juist het onpersoonlijke van het scherm werkt een ongekend niveau van spontane genegenheid, intimiteit en informaliteit in de hand. Het indirecte, via een omweg verlopende sociale verkeer waarmee vrouwen altijd zijn geassocieerd en het informele 'netwerken' waarin ze altijd hebben uitgeblonken, worden nu het voorgeschreven gedrag voor iedereen.

Volgens het woordenboek betekent 'virtueel': 'niet manifest, slechts potentieel aanwezig'. Van den Boomen wijst erop dat mensen met een druk leven op het net ervan overtuigd zijn dat hun virtuele leven net zo echt is als hun 'echte' leven - en geeft ze daarin gelijk.

In een discussie over dit onderwerp op de mailinglist van de Webgrrls verwoordde Christine Karman het treffend: 'Het net werkt gewoon anders dan IRL. Of liever gezegd, IRL werkt minder handig dan het net. IRL zou een hoop kunnen leren van het net, en misschien dat de volgende release van IRL wat beter is'.

Tegen het eind van Nullen en enen maakt Sadie Plant zich los van de computers en concentreert ze zich op de genetica. Ze gaat katten op mannetjesdieren die alleen maar onfunctioneel mooi zitten zijn (pauwen) opdat de vrouwtjes de beste exemplaren (qua uiterlijk dan nog steeds) kunnen selecteren. Verder maakt ze melding van organismen die zichzelf kunnen voortplanten (na Dolly ook wij) en laat zich verleiden tot aardige one- liners als 'eicellen zijn computers vergeleken met de eenvoudige floppy disk van de zaadcel'. Leuk voor op een t-shirt.

Over hoe de computer de macht moet grijpen is Plant nogal vaag. Ze suggereert een aantal malen dat de computer wel degelijk over (enige) kunstmatige intelligentie beschikt en dat wetenschappers daar onvoldoende oog voor hebben. Maar uitdiepen doet ze dit onderwerp niet.

Nullen en enen lijkt ook niet bedoeld als een alomvattende wetenschappelijke verhandeling. Het heeft meer van een manifest met leuke vondsten, historische overzichtjes, wel wat erg veel citaten van Irigaray en Wittig, en een aantal passages die je werkelijk aan het denken zet. Wie zich niet geroepen voelt steeds 'ja maar' te denken maar bereid is zich te laten betoveren door de vaak erg mooi associërende schrijfster, kan veel plezier beleven aan dit boek.

JEANNE DOOMEN

naar begin Sadie Plant: Nullen en Enen; De ondergang van het patriarchaat;
Vertaald uit het Engels door Harm Damsma en Niek Miedema; Uitgeverij Contact; 287 bladzijden; f 39,90.
ISBN 90 254 2435 X.

Copyright © Jeanne Doomen.
Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden
voor persoonlijk gebruik.