spacer
Over mezelf

Wie wil nog slachtoffer zijn


Artikelen de Volkskrant

Email

Webdesign
  Jeanne Doomen
Marion Schiphorst

Begin 1996 zoeken drie wereldkampioenen judo de publiciteit met verhalen over seksueel misbruik door hun coach. Een van hen legt in een interview in de Volkskrant uit waarom zij met de aanklacht naar buiten komt: 'Ik voel me geen slachtoffer en het is ook geen wraakactie. Maar andere, minder sterke judoka's zouden wel slachtoffer kunnen worden en dat wil ik voorkomen.' De verslaggever voegt eraan toe dat de judoka 'zeker niet het "stigma" slachtoffer wil dragen'. En gelijk heeft ze. Slachtoffer zijn staat toch gelijk aan zwak en zielig? Wie wil dat nou wezen?

Het omstreden slachtoffer is een bundel artikelen waarin een aantal auteurs probeert te beschrijven hoe tegenover slachtoffers van (vooral seksueel) geweld wordt aangekeken. Een zinvol initiatief, want 'het slachtoffer is niet meer wat het geweest is', schrijft criminoloog Renée Römkens al in het voorwoord.
Twintig jaar geleden bestond er voor slachtoffers als groep geen bijzondere belangstelling. Maar toen ontstond de vrouwenbeweging en vroeg die aandacht voor het geweld van mannen tegen vrouwen. Verkrachting en mishandeling werden vervolgens niet meer gezien als incidenten maar als een omvangrijk maatschappelijk probleem.
Vanuit deze visie was het van groot belang slachtoffers tot inzet van feministische analyses van de machtsverhoudingen tussen de seksen te maken. En hoe zieliger het slachtoffer (de vrouw) werd gepresenteerd, des te zwaarder kon men de dader (de man) zijn vergrijpen aanrekenen.
Maar het zielige slachtoffer was geen blijvertje. Er ontstond verzet tegen deze eenzijdige kijk op vrouwen. Vrouwen die waren misbruikt wilden niet meer worden beschouwd slachtoffer maar noemden zichzelf 'overlever' of 'ervaringsdeskundige'. Feministen die nog steeds wezen op het leed dat de vrouwen was aangedaan, werden beticht van 'slachtofferisme'. En - erger - van gezeur.

Incestslachtoffers vormden een bijzondere categorie. In haar bijdrage aan de bundel beschrijft José Rijnaarts hoe incest-slachtoffers in het begin van de jaren tachtig naar buiten traden, omdat zij wilden duidelijk maken wat hen in hun jeugd was aangedaan. Door als volwassene in opstand te komen tegen datgene waartegen ze als kind geen verweer hadden, voelden ze zich niet langer een willoos object. Daarbij werden ze geconfronteerd met een fundamentele paradox: om zich niet langer slachtoffer te voelen, moesten ze juist de wereld ervan overtuigen dat ze een echt (beklagenswaardig) slachtoffer waren.
Volgens Rijnaarts heeft deze strategie zich uiteindelijk tegen hen gekeerd. Zij bespreekt een arrest van de Hoge Raad waarin staat dat onderzoek van deskundigen naar het bestaan en de oorzaak van psychische trauma's bij het slachtoffer in incestzaken als bewijsmateriaal kan worden gebruikt, zowel voor de geloofwaardigheid van de aangeefster als voor de feiten zelf.
Rijnaarts vreest dat voortaan onder deskundigen een lijstje zal gaan circuleren met trauma's die 'het' incestslachtoffer kenmerken. Vrouwen die in hun jeugd seksueel misbruikt zijn maar erin geslaagd zijn hun leven aardig op de rails te krijgen, zouden hierdoor als zij erkenning willen krijgen 'in de vernederende positie worden gebracht dat ze hun mentale conditie in het keurslijf van een syndroom moeten persen'.

Een soortgelijke ontwikkeling heeft zich voorgedaan bij vrouwen die hun partner doden. Vaak blijken deze vrouwen door hun man te zijn mishandeld en in het streven om vrouwenmishandeling te politiseren, verschijnt nu - aldus Renée Rðmkens - 'een overgesocialiseerd vrouwbeeld ten tonele'. De deskundigen creéren een beeld van de vrouw waarin controleverlies, passiviteit en hulpeloosheid centraal staan. Een vrouw die haar mishandelaar doodt, moet wel lijden aan een battered woman syndrome.
En hoewel men het geweld van de man als cruciale aanleiding tot het drama erkent, verschuift het accent zo toch naar de problematische psyche van de vrouw. De mate waarin zij als slachtoffer moet worden gezien, wordt de centrale vraag.

Het zijn interessante problemen die in deze bundel vooral Römkens en Rijnaarts aan de orde stellen. En het zou ook interessant zijn de antwoorden te lezen op de andere vragen die in de inleiding worden opgeworpen. Zoals de vraag: 'Hoe kan het structurele karakter van geweld van mannen tegen vrouwen erkend worden, en tevens recht worden gedaan aan de diversiteit in ervaringen, zowel tussen vrouwen als tussen mannen.' Alleen gaat het boek daar niet over.
De andere bijdragen aan Het omstreden slachtoffer zijn namelijk zo multidisciplinair van aard, dat ze in het beste geval zijdelings (Nicolle Zegers over de 'politieke' betekenis van persoonlijke ervaringen) of zelfs totaal niet op het eigenlijke onderwerp van het boek betrekking hebben.

Want wat biedt de bundel verder? Literatuurwetenschapster Maaike Meijer analyseert een verhaal van Jan Wolkers waarin de mannelijke hoofdpersoon zeer onaardig denkt en doet met betrekking tot vrouwen. Boeiend, maar het gaat niet over slachtofferschap.
Dan is er nog een verhaal van psychologe Petra de Vries over hoe er rond negentienhonderd tegen prostitutie werd aangekeken. Ook best interessant. En een bijdrage over de vrouw-in-de-film mag in een multidisciplinaire bundel natuurlijk ook niet ontbreken. Maar ze brengen ons geen stap verder naar een nieuwe kijk op het geweld in de man-vrouw-relatie en de diversiteit tussen slachtoffers.
En ronduit raadselachtig is waarom hoogleraar Feminisme en Christendom Athalya Brenner is uitgenodigd om de 'pornografie' in de bijbel aan de kaak te stellen. Zelfs als zij gelijk heeft met haar stelling 'dat vrouwelijke seksualiteit in de Hebreeuwse bijbel van het begin tot het einde het bezit is van mannen of door hen wordt misbruikt', dan laat die stelling zich aan de hand van dit artikel door een niet-bijbel- kenner slecht controleren.
Wat moet ik met de enkele mededeling 'Ik vergeleek Jeremia 2-5 met een moderne pornografische roman, de Story of O' als ik geen idee heb wat er in Jeremia 2-5 staat, laat staan hoe zij tot die conclusie heeft kunnen komen?

Het idee voor dit boek was beslist interessant, enkele opgeworpen vragen en problemen stimuleren ook tot verder nadenken. Maar de samenstelsters hadden er goed aan gedaan de wetenschapsters die zij vroegen om een bijdrage op het hart te binden dicht bij het thema te blijven. Nu lijken de meeste auteurs de omschrijving dat het moest gaan om iets dat met vrouwen, seks en geweld te maken had te hebben opgevat als een vrijbrief om iets op papier te zetten over een onderwerp dat ze om een andere reden toch al bezighield.

JEANNE DOOMEN

naar begin Renée Römkens en Sietske Dijkstra, red.:
Het omstreden slachtoffer, geweld van vrouwen en mannen
Ambo/Baarn; 160 pagina's; f 32,50.
ISBN 90 263 1457 4.

Copyright © Jeanne Doomen.
Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden
voor persoonlijk gebruik.