spacer
Over mezelf

Rituelen in de rechtszaal


Artikelen de Volkskrant

Email

Webdesign
  Jeanne Doomen
Marion Schiphorst

Terecht staan is voor de meeste mensen een onaangename ervaring. Ze voelen zich onzeker en vaak ook beschaamd. En ze proberen zich om de rechter gunstig te stemmen van hun beste kant te laten zien.

Wibo van Rossum ging kijken in de rechtszaal. Hij nam waar hoe rechters, officieren van justitie en verdachten zich gedragen en sprak met advocaten en anderen die de gang van zaken in de rechtszaal van nabij kennen. Hierna stelde hij aanbevelingen op waarmee de verdachte die op de zitting een goede indruk wil maken zijn voordeel kan doen. Tenslotte keek hij naar wat Turkse verdachten ervan bakten. Op Verschijnen voor de rechter is Van Rossum eind 1998 gepromoveerd.

De onderzoeker geeft een zeer gedetailleerd verslag van hoe dat gaat, terecht staan. Hij mist geen detail. En voor wie het vermogen mist zelf voor de hand liggende conclusies te trekken, legt hij ook nog alles uit. Zo leren we bijvoorbeeld dat de rechter de verdachte vraagt wie hij is 'om te controleren of de persoon die is verschenen, dezelfde is als degene aan wie de dagvaarding is gericht'.

Interessant zijn de aanbevelingen die de auteur heeft opgesteld naar aanleiding van zijn observaties op de zitting. Draag kleding waarin je je prettig voelt, neem een 'ontspannen maar geïnteresseerde houding' aan, zorg dat je 'niet bruusk, onbesuisd of ruw' overkomt, kijk iemand aan die tegen je spreekt.

Wees verder beleefd, stel geen vragen tenzij je iets niet begrijpt, doe alsof je je het leed van het slachtoffer aantrekt, neem de verantwoordelijkheid voor het delict op je. Benadruk dat het een eenmalige misstap is en dat je overloopt van goede voornemens. Als je het ergens niet mee eens bent, protesteer dan 'direct, maar gepast en met reserve'.

Volgens de wet heeft een verdachte het recht te zwijgen, maar zwijg alleen als je heel zeker weet dat het in je voordeel is. De rechter zit daar om een gesprek met je aan te gaan en als je niet meedoet wekt dat agressie. Antwoord kort en duidelijk. Ontken alleen als er redelijke twijfel mogelijk is aan het bewijs. Blijf steeds voor rede vatbaar en verstoor de vlotte behandeling van de zaak niet.

Van Rossum heeft zijn aanbevelingen getoetst door te kijken wat er gebeurt als een verdachte zich niet naar zijn tips gedraagt. Hij constateert dat het wel mee valt. De meeste rechters hebben een engelengeduld en laten hun irritaties niet snel blijken.

Bij een buitenlandse verdachte proberen rechters bovendien rekening te houden met zijn culturele achtergrond. Pas als de rechter totaal geen greep op de verdachte kan krijgen, komt er een geïrriteerde reactie. Dat doet zich vooral voor als de verdachte er geen blijk van geeft een goede indruk te willen maken en hij - bijvoorbeeld door ellenlange niet-relevante uitweidingen - niet aansluit bij de dagelijkse routine van de zitting.

Van Rossum heeft niet onderzocht in hoeverre Turkse verdachten erin slaagden het Nederlandse zittingspel adequaat mee te spelen, maar 'of enkele typische gedragingen in de situatie van de zitting als ritueel kunnen worden getypeerd'. Veertig Turkse verdachten observeerde hij en met veertien besprak hij achteraf hun gedrag. Vier casus belicht de auteur als exemplarisch.

Verdachte A houdt tijdens zijn zaak die van half elf ‘s ochtends tot ruim na twee uur duurt de hele tijd zijn jack tot boven dicht geritst. Vreemd, vinden de autochtone waarnemers. En niet passend binnen de Nederlandse visie dat een verdachte zich 'gewoon en netjes' moet kleden. Maar wat blijkt? Een gesloten jas is in Turkije een teken van respect.

Verdachte B zit rechtop, zet zijn voeten ongeveer veertig centimeter van elkaar plat op de grond en slaat geen enkele keer zijn benen over elkaar. Dit terwijl de ideale verdachte een ontspannen houding moet zien te vinden om 'zo gewoon en open mogelijk de interactie met de rechter aan te gaan'. B slaagt hier niet in. 'Ik kan niet benen over elkaar doen. Ik durf niet. Is gevoel bij mij'. Weer een teken van respect.

Verdachte C woont zijn rechtszaak bij rechtop met zijn handen in zijn schoot of voorover geleund met zijn ellebogen op zijn bovenbenen. Hij maakt geen gebaren en beweegt vrijwel niet. Het blijkt 'uit beleefdheid' te zijn. Hij heeft het zo geleerd in zijn opvoeding.

Verdachte D tenslotte zit de hele zitting voorover gebogen, mijdt oogcontact met de rechter en geeft vrijwel geen antwoord op vragen. Zijn verklaring is 'schaamte'. Bij binnenkomst in de rechtszaal zag hij veel mensen, hij durfde hen niet zijn gezicht te laten zien en zijn stem te laten horen.

Van Rossum beschrijft hoe in de Nederlandse rechtszaal de officiële respectbetuigingen (het nette pak, opstaan tijdens het verhoor, berouwvol het hoofd laten hangen) uit de gratie zijn geraakt. De verdachte van nu moet zichzelf zijn, oogcontact maken en een behoorlijk gesprek voeren.

Turkse verdachten kunnen echter niet zonder het ritueel van respect. Zij beogen er overigens niets specifieks mee. Natuurlijk willen zij net als elke verdachte graag een zo laag mogelijke straf, maar dat is niet de achtergrond van hun respectbetuigingen. Van Rossum: 'De motivering daarvoor is niet veel meer dan "ik doe het omdat het nu eenmaal zo hoort".'

Wat moeten we nu met de uitkomsten van dit onderzoek. Het kan natuurlijk nooit kwaad als magistraten zich bewust zijn wat in hun ogen 'vreemd' gedrag betekent. De onderzoeker wil echter meer. Hij wil dat minder naar de sociaal-culturele achtergronden wordt gekeken en dat de rituele respectbetuigingen daarvoor 'in de plaats schuiven'.

Het lijkt mij niet de weg die we moeten gaan als we ernaar streven ook de verdachte die lid is van een bepaalde culturele groep als individu te zien. Het is tenslotte dat individu dat concreet de rekening in de vorm van een straf gepresenteerd krijgt. Het zou daarom jammer zijn als de rechter alleen dacht: 'aha, jasje dicht, hij heeft dus respect' in plaats van zich te verdiepen in wat iemand tot zijn daad had gedreven. Hoe dat het beste kan, is een ander verhaal. Maar kennis van de beschreven rituelen lijkt hooguit een hulpmiddel.

JEANNE DOOMEN

naar begin Wibo van Rossum: Verschijnen voor de rechter, Hoe het hoort en het ritueel van Turkse verdachten in de rechtszaal;
Uitgeverij Duizend & Een; 204 pagina's; f 49,50;
ISBN 90 71346 29 3.

Copyright © Jeanne Doomen.
Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden
voor persoonlijk gebruik.