spacer
Over mezelf

Licht voedsel
voor huwbare meisjes,

Culturele boodschappen via de maaltijd.


Artikelen de Volkskrant

Email

Webdesign
  Jeanne Doomen
Marion Schiphorst

Als je niet eet, ga je dood. Maar daarmee is de betekenis die voedsel voor mensen heeft niet uitputtend beschreven. Voedsel staat voor meer. Eet- en drinkgewoontes hebben sociale functies. Ze staan voor gezelligheid, gastvrijheid of sociale status. Met maaltijden onderscheiden mensen de dagdelen van elkaar en ook de gewone dagen, de feestdagen en de seizoenen.

Omdat vrouwen en mannen verschillend omgaan met voedsel, en eten en drinken voor hen een andere betekenis hebben, koos de redactie van het Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis dit keer voor het thema Voeden en opvoeden. Hierin belicht men de vrouw als consument en als houdster van het huis.

Eén van de aardigste bijdragen gaat over hoe er tussen 1500 en 1700 werd aangekeken tegen vrouwen die zich eten en drank (te) goed lieten smaken. Gulzigheid, vertelt kunsthistorica Yvonne Bleyerveld, behoorde al sinds de vroege Middeleeuwen tot de zeven hoofdzonden. De achterliggende gedachte was dat een goed gevulde maag en een beneveld hoofd andere ondeugden in de hand zouden werken, zoals overspel, luiheid en geldverspilling.

Een man moest zich ook matigen, maar als hij zich af en toe te buiten ging aan spijs of drank, was daarmee zijn reputatie nog niet naar de knoppen. Misschien blonk hij wel uit op andere terreinen, had hij een sterk gevoel voor rechtvaardigheid, een goed geheugen of een gezond verstand. Daarmee kon hij de ondeugd van de gulzigheid dan weer compenseren.

Bij vrouwen lag dat anders. Hen werd vanaf de late vijftiende eeuw in instructiewerkjes voorgehouden dat hun leven moest staan in het teken van kuisheid, onderdanigheid en soberheid. Het voedsel voor huwbare meisjes moest daarom licht zijn, niet te gekruid, te gekookt of te heet. Want wie gewend is aan lekkere spijzen zal die snel buiten de deur zoeken en brengt daarmee haar reinheid in gevaar en daarmee haar grootste goed, haar reputatie. De beste drank voor vrouwen? Water.

De historicus Peter Scholliers laat zien hoe aan vrouwen in België tussen 1840 en 1940 een bijzondere taak werd toebedeeld door hun aan te spreken op hun rol als voedster. Alles wat er rond 1880 in de maatschappij mis ging zoals dronkenschap, criminaliteit en moreel verval, prostitutie en kindersterfte zou kunnen worden opgelost als de (arbeiders)vrouw maar goed haar best deed.

Om die reden werden ook huishoudscholen opgericht waar meisjes vanaf twaalf jaar werden gevormd tot goede huisvrouwen die de maatschappelijke orde moesten bestendigen. De Boerinnenbond, die eigen huishoudklassen had, verwoordde mooi het doel van de lessen: 'De man, boer of werkman, moet in de voeding, zowel als in de orde der woning zien dat zijne vrouw of zijne dochter begrijpt welke zware arbeid hij doet en dat zij trachten hem dit te vergoeden, met hem de huiselijke haard zo aangenaam mogelijk te maken'.

Tijdens de economische crisis van de jaren dertig is het opnieuw de huisvrouw die de oplossing moet brengen. Zij moet het gezinsbudget goed beheren, de restjes in smakelijke maaltijden verwerken en de crisis zo op z'n minst draaglijk maken. Dit zal haar vast makkelijk afgaan, want - aldus De moderne huishouding (1931) - zij heeft immers 'behoefte aan zelfopoffering: haar geluk is diegenen gelukkig te zien, welke ze liefheeft'.

Marlou Schrover belicht in haar bijdrage in hoeverre eten en eetgewoonten identiteitsbepalend zijn voor etnische groepen. De Nederlandse keuken houdt niet over, vindt Schrover. Nederlandse gerechten zijn flauw en sober. De Nederlandse keuken moet ook niet 'te lekker' zijn, want: 'Een mens moet leren leven met beperkingen en overdaad schaadt.'

Schrover wijst erop dat met een manier van eten ook culturele waarden worden overgedragen. Zij maakt een vergelijking met Jordanië waar alle gezinsleden samen uit dezelfde schotel eten. Er mag niet door snel eten een onevenredig deel van de maaltijd worden toegeëigend. Men mag niet zomaar overal uit de schaal grijpen, maar alleen uit dat deel dat het dichtst bij is. De belangrijkste culturele boodschap die zo via de maaltijd wordt overgedragen is 'beheersing'.

Migranten nemen hun tradities mee en ook hun eetgewoonten. Eten kan in een nieuwe omgeving een belangrijke rol spelen in het uitdrukken en behouden van de identiteit. En omdat vrouwen gewoonlijk degenen zijn die bepalen wat er gegeten wordt, hoe en wanneer, vervullen zij op dit punt een spilfunctie. In de praktijk blijken zij zich bij hun keuzes echter in hoge mate te laten leiden door de wensen van hun man en kinderen die hun voor- en afkeur kenbaar maken door lof, kritiek en de weigering te eten.

Marlou Schrover wijst in dit verband op een onderzoek onder Koreaanse vrouwen die naar de Verenigde Staten emigreerden na hun huwelijk met een in Korea gelegerde Amerikaanse soldaat. Hoewel hun mannen toen ze in Korea waren wel Koreaans voedsel aten, weigerden ze dat thuis categorisch. De vrouwen investeerden daarom veel tijd en moeite in het zich eigen maken van de Amerikaanse keuken. Bij de invulling van wat die keuken was, bleken ze zich echter aan de passen aan de 'etnische' achtergrond van hun echtgenoot. Was die joods, dan kookten ze joods. Was hij Italiaan, dan kookten ze pasta. Vrouwen zijn dus wel de dragers van de etnische identiteit, 'maar bij gemengde paren blijkt dat de mans identiteit te zijn', constateert Schrover wat spijtig.

Het Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis maakt met deze bundel een begin met de speurtocht naar de relatie tussen vrouw en voedsel. De hier genoemde bijdragen bieden voor de niet in geschiedenis per se geïnteresseerde de aardigste aanknopingspunten omdat ze ons iets leren over het heden.

Nog steeds is immers kritiek het deel van de vrouw die door dik te zijn de indruk wekt haar gulzigheid niet onder controle te hebben. En nog steeds worden haar ook andere slechte eigenschappen toegedicht zoals luiheid en traagheid. En de ideeën over de verantwoordelijkheid die een vrouw heeft voor het welzijn van haar gezin spelen haar nog steeds parten als zij wil werken of eenvoudig geen zin heeft de hele dag te besteden aan het vertroetelen van anderen.

In andere artikelen, met name die over zuigelingenzorg en over de Haagse melksalons rond de eeuwwisseling, komt echter weinig of niets aan de orde wat de lezer met een andere blik kan doen kijken naar actuele kwesties. En natuurlijk kun je historische verhalen wel uitsluitend waarderen om de informatie die ze bieden over het verled en, maar ze inspireren toch meer als je er iets aan kunt ontlenen voor het hier en nu.

JEANNE DOOMEN

naar begin Jaarboek voor vrouwengeschiedenis 19: Voeden en opvoeden;
Stichting beheer IISG; f 38,50
208 pagina's.

Copyright © Jeanne Doomen.
Deze tekst wordt uitsluitend aangeboden
voor persoonlijk gebruik.