| De minnares mag nooit van de getrouwde man gaan houden. En zij mag hem zeker niet
dwingen de verhouding te bekennen aan zijn vrouw. Dat zijn twee van de regels van het
(over)spel waarvan de journaliste Marjo van Soest in haar boek Over de regels van het spel de
minnares van de jaren negentig wil doordringen.
Van Soest is zelf drie jaar de derde poot in een driehoeksverhouding geweest en dat is haar
niet goed bekomen. In haar boek verhaalt zij van Lucie, die ondanks haarzelf minnares wordt
van Reinier, die misschien ook wel ondanks zichzelf (maar wie doorgrondt Reinier?; de man
leren wij grotendeels door de ogen van zijn minnares kennen) naast zijn huwelijk met
Annemiek een aanvankelijk zeer bloeiende tweede liefdes-verhouding aangaat. Met Annemiek
maken wij slechts kennis aan het slot. Zij blijft - evenals in echte affaires - lang de onduidelijke
vrouw op de achtergrond.
Over de regels van het spel is geschreven vanuit Lucie en bedoeld als een hart onder de riem
van de minnares van nu, die zichzelf kan bedruipen, een goede baan zo niet een carrière heeft
en al een leven inclusief ervaring achter de rug heeft op het moment dat zij de overspelige
echtgenoot ontmoet.
De minnares moet streven naar een zo groot mogelijke onzichtbaarheid. Haar takenpakket is
beperkt. Zij mag niet zorgen, niet troosten en niet rouwen als hij doodgaat. Aan het openbare
leven van de getrouwde man heeft zij geen deel. Is zij hiertegen bestand? "Natuurlijk niet!",
weet Van Soest. "Maar dat geeft niet - zolang hij het maar niet merkt."
En wat trekt de echtgenoot in de minnares? Van Soest: "Zij geeft hem zijn soevereiniteit
terug. Hij is niet langer de vermoeide man die hard op weg was onder de vleugels van moeder
de vrouw te verkleuteren; hij vindt iets terug van de jongen die hij vroeger was." En: "De
minnares is een kameraad, een beetje een man, iemand die net als hij alleen en onbeschermd in
het leven staat. Iemand met giro-afschriften en belastingperikelen en een hypotheek. En daarbij
is zij ook nog een vrouw, een persoon die kanten behaatjes draagt. Kan het interessanter?"
Interessant is de verhouding ook, zeker in het begin. En opwindend en fijn. Maar na een
zekere periode (maanden, misschien een jaar) sluipt er iets in de relatie dat de droom begint
aan te tasten. Lucie krijgt er genoeg van de onzichtbare vrouw op de achtergrond te zijn, altijd
wachtend of Reinier komt, wetend dat zij slechts wordt ingepast tussen vergaderingen en
zakenreisjes. "Waarom vertel je het niet aan Annemiek?", zegt zij, en die vraag is het begin van
het einde.
Lucie wil immers meer dan de spanning van het moment en de heerlijke liefdesnachten. Lucie
wil ook het knusse, de huiselijkheid. Ze wil samen met Reinier vrienden kunnen ontvangen, ze
wil zich met hem kunnen vertonen. "Zij maakt de grondfout van veel minnaressen", aldus Van
Soest. "Zij geeft te veel, en dat zou nog niet zo erg zijn - als ze maar niet, in ruil daarvoor,
hetzelfde terugverlangt. En dat wil zij wel. Fout! De minnares krijgt maar een deel terug van
wat zij investeert. Als zij op winst uit is, kan zij beter een lijfrenteverzekering afsluiten."
Daarna gaat het snel bergafwaarts. Reinier voelt zich klem tussen twee werelden met twee
vrouwen. Onder druk gezet door Lucie doet hij een bekentenis; gechanteerd door Annemiek
besluit hij voortaan/voorlopig weer de degelijke echtgenoot te zijn die met de kinderen gaat
sporten en op gezette tijden het aquarium schoonmaakt.
Van Soest laat hem nog even aan het woord als hij rationaliseert waarom zijn uiteindelijke
keuze de beste was. Over Lucie: "Het zij zo. Jammer, want het was een schat. Zij zal het wel
redden. Zij redt het altijd." Over vrouw en kinderen: "Die goeie Annemiek en de jongens
hebben er onder te lijden gehad. Ik moet mijn leven beteren. Zo slecht is het niet." En:
"Achteraf denk ik wel eens: bestaan ze wel, de echte passies? Zijn het niet de fantasieën van
iemand die gezegend is met een behoefte aan drama? Wat wel bestaan zijn kleine liefdes die
lang kunnen duren als je je ervoor wilt inzetten." De overspelige echtgenoot, concludeert Van
Soest, past zijn gevoelens razendsnel aan de loop van de gebeurtenissen aan.
Over de regels van het spel is een schitterend boek. Het laat iets zien van de tragiek van
verhoudingen die ontstaan als vrouwen toegeven aan een verliefdheid, doorstomen naar een
noodlottige liefde en halverwege vergeten dat ze zich heilig hadden voorgenomen dat met een
getrouwde man nou juist niet te doen. Het laat ook zien hoe weinig er overblijft van de goede
voornemens (niet zeuren, zich schikken in het onvermijdelijke, niet toegeven aan de neiging de
getrokken grenzen te verkennen), zodat de situatie uit de hand loopt. Voor de vrouw die ooit
als minnares in een driehoek heeft bemind en geleden, is dit boek een feest van herkenning en
een stimulans om nooit, nooit meer zo stom te zijn. Waarbij Van Soest met haar licht ironische
toontje de inmiddels wijzer geworden lezeres enerzijds de illusie verschaft dat wie beter weet
daarnaar de volgende keer ook kan handelen. Terwijl zij haar tegelijk stiekem laat denken dat
als de bliksem ooit weer mocht inslaan, zij in ieder geval niet de enige idioot is die de verleiding niet kan weerstaan om verblind met beide benen in de poel van liefde en bedrog te
springen. |