Johanna Borski was 49 toen zij in 1814 weduwe werd en het op dat moment al zeer succesvolle effectenhuis van haar man overnam. Tijdens de dertig jaar dat zij aan het hoofd stond van de firma Wed. W. Borski redde zij de Nederlandsche Bank van de ondergang, leverde zij een belangrijke bijdrage aan wat nu de ABN AMRO is en slaagde zij erin en passant van vermogend schatrijk te worden. Toch is haar naam in Nederland nauwelijks bekend.
Met het boek Johanna Borski, Financier van Nederland 1764-1846 wil de historica Geertje Wiersma de weduwe Borski de plaats geven die haar in de geschiedenis van het Nederlandse bankwezen toekomt. Zij werd in haar streven gehandicapt doordat niet alleen het bedrijfsarchief van de firma Wed. W. Borski verdwenen is, maar er ook geen persoonlijke correspondentie is te vinden. Wat dat betreft moest Wiersma het doen met een aantal brieven die Johanna en haar man uitwisselden en die een achterkleinzoon in 1943 als bloemlezing bundelde. De originele brieven zijn zoek geraakt.
Het boek van Geertje Wiersma laat zich lezen op verschillende niveaus. Op de eerste plaats is het een boeiend verhaal over de geldhandel in de tweede helft van de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw. Zij schildert hoe Amsterdam in de tweede helft van de achttiende eeuw als wereldcentrum van de geldhandel kon worden beschouwd, hoe de Amsterdamse beurs in 1795 met de komst van de Fransen instortte en hoe een aantal kiene lieden ook in deze periode van tegenslag er nog in slaagde winst te behalen.
Een van de successen die op het conto van Johanna Borski kan worden geschreven is de redding van de Nederlandsche Bank. De bank was in 1814 opgericht door Willem I om de door de Franse bezetting ernstig verzwakte Nederlandse economie een nieuwe impuls te geven. De bank moest nieuwe ondernemingen gaan steunen, bijvoorbeeld door middel van krediet.
Bij de oprichting van de bank was bepaald dat het aanvangskapitaal van de bank vijf miljoen gulden moest zijn. De inschrijving tot deelneming in het kapitaal van de bank verliep echter zeer moeizaam, omdat de Amsterdamse geldwereld ernstige bezwaren had tegen de bank. Zowel de bankiers als de kassiers zagen in haar een ernstige concurrent die hun bedrijf vast en zeker schade zou berokkenen.
Twee jaar na de oprichting kwam de bank nog steeds twee miljoen te kort en dreigde zij ten onder te gaan. Op het laatste moment doorbrak Johanna Borski de impasse door de resterende aandelen ter waarde van twee miljoen over te nemen. Niemand bij de Nederlandsche Bank wist van haar geheime voorwaarde waarmee Willem I inmiddels akkoord was gegaan. Zij had bedongen dat de eerste drie jaar niet tot verhoging van het maatschappelijk kapitaal zou worden overgegaan. Door het aanbod laag te houden dreef zij de prijs van haar aandelen omhoog en kon zij die tenslotte met winst op de beurs verkopen.
Johanna Borski was ook nauw betrokken bij de Nederlandsche Handel-Maatschappij die eerst met gering succes op West- en later met meer succes op Oost-Indië handel dreef. Toen de handelmaatschappij financieel in de problemen raakte, was het de Firma Wed. W. Borski waar men aanklopte voor een lening. Door die keer op keer te verstrekken redde Johanna Borski in 1840 niet alleen de Nederlandsche Handel-Maatschappij, maar voorkwam zij zelfs een nationale bankbreuk aangezien de staat zelf weer enorme leningen bij de Handel-Maatschappij had lopen.
Toen het verzet tegen de uitbuiting van het Indische volk toenam, verschoof de Nederlandsche Handel-Maatschappij haar activiteiten langzaam naar de financiering van landbouw- en nijverheidsondernemingen in Indië. In 1964 fuseerde zij met de Twentsche Bank tot de ABN die in 1991 door een nieuwe fusie ABN AMRO-bank werd.
Johanna Borski komt uit dit boek naar voren als een buitengewoon gehaaide dame met een goed gevoel voor wat voor haarzelf het meest voordelig was. Gaandeweg gaat dan ook steeds meer storen dat er vrijwel niets over haar als persoon bekend is. Wat weten we wel?
Johanna's vader was de rijke koopman Johannes van de Velde. Ze had een imposante bruiloft. Ze kreeg tien kinderen waarvan er twee jong zijn overleden. Dat ze na de dood van haar man zijn bedrijf voortzette was niet echt opmerkelijk: dat deden in die tijd wel meer weduwen. Bovendien staat vast dat zij toen haar man nog leefde tijdens zijn afwezigheid al de bedrijfsvoering deed. Dat zijn de feiten. Maar over drijfveren en de gevoelens van deze vrouw is vrijwel niets bekend.
Geertje Wiersma veronderstelt dat Johanna Borski 'heerszuchtig en bemoeizuchtig' was, maar zeker weet ze dat niet. Eigenlijk is zelfs niet duidelijk of zij daadwerkelijk persoonlijk leiding heeft gegeven aan de firma Wed. W. Borski en in hoeverre de investeringen vruchten waren van haar eigen inzichten. Dat ze invloed had, is aannemelijk. Wiersma pleit er daarom voor Johanna Borski het voordeel van de twijfel te geven.
Het achterhalen van de werkelijkheid wordt niet alleen bemoeilijkt door het zoek zijn van archiefmateriaal. Vrouwen mochten in de tijd van Johanna Borski dan wel een effectenhuis runnen, maar dat betekende nog niet dat ze zelf naar buiten toe konden optreden. Op de beurs waren vrouwen niet welkom. Het stond niet in de reglementen, maar het blijkt uit het feit dat alle vrouwen die zaken deden op de Amsterdamse beurs werden vertegenwoordigd door een man. Ook de sociëteiten waren voor vrouwen verboden terrein. Een vrouwelijke aandeelhouder werd evenmin geacht zelf een vergadering bij te wonen. Zij moest een man bereid vinden die taak op zich te nemen.
Heeft Johanna Borski zich hieraan gestoord? Heeft het haar belemmerd bij het zaken doen? We weten het niet. Net zo min als we weten hoe zij haar huwelijk en het moederschap heeft ervaren en of zij met groot enthousiasme of noodgedwongen in zaken is gegaan.
Het is jammer dat de bronnen op deze punten kennelijk onvoldoende informatie boden. Maar Geertje Wiersma heeft ons in elk geval nieuwsgierig gemaakt.
|